2. Onderwijsaanbod en ondersteuning

2.1 Onderwijsrichtingen en leerwegen

Op Schreuder College Taborstraat volgen leerlingen onderwijs binnen het voortgezet speciaal onderwijs op vmbo‑tl‑ en havo‑niveau. Het onderwijs is diplomagericht en sluit aan bij de landelijke examenprogramma’s. Leerlingen volgen een leerroute die past bij hun cognitieve mogelijkheden, sociaal‑emotionele ontwikkeling en belastbaarheid. Samen met jou en je ouders/opvoeders wordt gekeken welke leerweg het best aansluit en hoe jouw onderwijsprogramma wordt ingericht. Dit traject wordt vastgelegd in het Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) en vormt de basis voor het onderwijs dat je volgt.

In de onderbouw ligt de focus op het opbouwen van een stevige basis in algemene vakken en het wennen aan een gestructureerde leeromgeving. Naarmate je verder komt in de schoolloopbaan, wordt steeds gerichter toegewerkt naar een passende bovenbouwroute. Voor sommige leerlingen betekent dit een volledig vmbo‑tl‑ of havo‑traject binnen de Taborstraat. Voor andere leerlingen kan het passend zijn om, wanneer de ontwikkeling dat toelaat, door te stromen naar regulier onderwijs of een andere onderwijssetting die beter aansluit bij hun perspectief.

In de bovenbouw worden keuzes gemaakt die aansluiten bij jouw uitstroomperspectief. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat je toewerkt naar het behalen van een vmbo‑tl‑diploma of een havo‑diploma, met begeleiding die past bij jouw ondersteuningsbehoefte. Daarnaast wordt samen gekeken naar vervolgstappen na het voortgezet onderwijs, zoals doorstroom naar het mbo of, bij havo‑leerlingen, eventueel het hbo. Deze keuzes worden zorgvuldig voorbereid en regelmatig besproken met jou en je ouders/opvoeders, zodat je goed voorbereid bent op de overgang naar de volgende fase.

Voor leerlingen bij wie een volledig diplomatraject (tijdelijk) niet passend is, kan worden gewerkt met een maatwerkroute, waarbij wordt toegewerkt naar certificaten of een andere passende afronding van de schoolloopbaan. Ook in deze situaties blijft het uitgangspunt dat het onderwijs perspectief biedt en aansluit bij wat voor jou haalbaar en betekenisvol is. De begeleiding door docenten en andere professionals is erop gericht om jou stap voor stap voor te bereiden op een passende vervolgbestemming.

2.2 Leerstofaanbod en methodieken

Het leerstofaanbod op Schreuder College Taborstraat is gebaseerd op de kerndoelen en eindtermen en sluit aan bij de landelijke kaders voor vmbo‑tl en havo. De school werkt met vakmethodes en lesmaterialen die passen bij het niveau van de leerlingen en die ruimte bieden voor structuur, herhaling en duidelijke opbouw. Daarbij wordt gebruikgemaakt van zowel boeken als digitale leermiddelen, zodat leerlingen op verschillende manieren met de leerstof kunnen werken.

Binnen het onderwijs wordt gewerkt vanuit een eenduidige pedagogisch‑didactische basis. De school maakt gebruik van handelingsgericht werken (HGW), waarbij wordt gekeken naar wat een leerling nodig heeft om verder te komen. Daarnaast is de schoolbreed gekozen voor een traumasensitieve benadering, waarin veiligheid, voorspelbaarheid en relatie centraal staan. Waar passend wordt gewerkt met elementen uit Positive Behavior Support (PBS) om gewenst gedrag te stimuleren en duidelijkheid te bieden over verwachtingen en consequenties.

De school heeft extra aandacht voor de basisvaardigheden, zoals Nederlandse taal, rekenen/wiskunde, burgerschap en digitale vaardigheden. Deze vaardigheden vormen een belangrijke basis voor het volgen van andere vakken en voor het functioneren binnen en buiten school. De invulling van het onderwijsaanbod wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast, zodat het blijft aansluiten bij de ontwikkeling van de leerlingen.

Binnen de lessen wordt gedifferentieerd op niveau, tempo en ondersteuningsbehoefte. Dit betekent dat leerlingen verschillende instructie‑ en verwerkingsvormen krijgen, passend bij wat zij nodig hebben. Docenten stemmen hun uitleg, opdrachten en begeleiding af op de leerdoelen en op de informatie uit het Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). Waar nodig krijgen leerlingen extra uitleg, verlengde instructie of aangepaste opdrachten. Op deze manier wordt het onderwijs zo ingericht dat iedere leerling zich op zijn of haar eigen manier en tempo kan ontwikkelen.

2.3 Inrichting onderwijsprogramma eerste twee leerjaren en vakoverstijgende programmaonderdelen

In de eerste twee leerjaren is het onderwijsprogramma op Schreuder College Taborstraat gericht op het opbouwen van rust, structuur en vertrouwen. Leerlingen krijgen een vast dagprogramma met duidelijke lestijden, vaste mentoren en herkenbare afspraken. Het programma biedt ruimte om te wennen aan de school en tegelijkertijd te werken aan leren, samenwerken en zelfstandigheid. De opbouw van het onderwijs sluit aan bij het niveau en de belastbaarheid van de leerlingen en wordt waar nodig aangepast op basis van hun ontwikkeling.

In deze leerjaren krijgen leerlingen onderwijs in vakken zoals Nederlands, rekenen/wiskunde, burgerschap, sociale en maatschappelijke vaardigheden, bewegen en creatieve vakken. Deze vakken vormen samen de basis voor verdere schoolontwikkeling en bereiden leerlingen voor op een passende leerroute in de bovenbouw. Naast het cognitieve aanbod is er nadrukkelijk aandacht voor sociaal‑emotionele ontwikkeling, omdat dit een belangrijke voorwaarde is om tot leren te komen.

Binnen het programma is er veel aandacht voor de basisvaardigheden, waaronder taal en rekenen. Ook burgerschap en digitale vaardigheden maken onderdeel uit van het onderwijsaanbod. Deze vaardigheden worden niet alleen in losse vakken aangeboden, maar waar mogelijk geïntegreerd in andere lessen en activiteiten, zodat leerlingen leren deze vaardigheden in verschillende situaties toe te passen.

Het onderdeel leren leren is verweven in het onderwijsprogramma van de eerste twee leerjaren. Leerlingen oefenen met plannen, het stellen van doelen, zelfstandig werken, samenwerken en het omgaan met feedback. Mentoren besteden hier in mentorlessen en begeleidingsmomenten expliciet aandacht aan. Op deze manier leren leerlingen stap voor stap hoe zij hun leerproces kunnen organiseren en hoe zij hulp kunnen vragen wanneer dat nodig is.

Naast de reguliere vakken kent het onderwijsprogramma vakoverstijgende onderdelen, zoals mentorlessen, sociale vaardigheidstrainingen en projecten waarin meerdere vakgebieden samenkomen. Deze onderdelen dragen bij aan persoonlijke ontwikkeling, het versterken van sociale vaardigheden en het vergroten van zelfvertrouwen. Ook is er ruimte voor activiteiten op het gebied van talentontwikkeling, zoals kunst, cultuur, muziek en sport, die helpen om leerlingen breder te laten groeien.

Bij het onderwijs in de eerste leerjaren zijn verschillende professionals betrokken. Naast mentoren en vakdocenten werken onderwijsassistenten, pedagogisch medewerkers, een intern begeleider en een gedragswetenschapper samen om leerlingen te begeleiden. Waar nodig wordt afgestemd met zorg‑ en jeugdhulpspecialisten, zodat onderwijs en ondersteuning goed op elkaar aansluiten.

De ontwikkeling van leerlingen wordt in deze jaren zorgvuldig gevolgd. Dit gebeurt door observaties, gesprekken en het volgen van leerresultaten. De voortgang wordt regelmatig besproken met leerlingen en ouders/opvoeders, zodat samen kan worden gekeken of het onderwijsprogramma nog passend is en waar bijstelling nodig is. Zo blijft het onderwijs in de eerste twee leerjaren aansluiten bij de ontwikkeling en behoeften van iedere leerling.

2.4 Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP): opstellen, evalueren, betrokkenen

Wanneer jij start bij ons op school, stellen we binnen zes weken samen met jou en je ouder(s)/opvoeder(s) een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op. In dit plan staat waar we samen naartoe werken, welke onderwijsdoelen je kunt behalen, welke ondersteuning je nodig hebt en wat het verwachte uitstroomniveau is. Dit plan wordt gemaakt door jouw mentor, samen met leden van de Commissie voor Begeleiding (CvB), zoals de intern begeleider en de gedragswetenschapper.

Het OPP helpt ons om het onderwijs zo goed mogelijk af te stemmen op jouw ontwikkeling. We werken daarbij met leerlijnen en doelen die passen bij jouw mogelijkheden. Om te bepalen wat jij nodig hebt, gebruiken we informatie uit toetsen (zowel methodegebonden als methode-onafhankelijke), eventuele externe onderzoeken en gesprekken met jou en je ouder(s)/opvoeder(s). Het OPP wordt minimaal één keer per jaar samen met jou en je ouder(s)/opvoeder(s) besproken, geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Daarnaast worden jouw ontwikkeling en vorderingen minimaal twee keer per jaar besproken binnen de Commissie voor Begeleiding (CvB). Op basis daarvan kijken we of het onderwijs en de ondersteuning nog goed aansluiten bij wat jij nodig hebt.

2.5 Doorstroming, toetsing, examinering en voortijdig schoolverlaten

Binnen Schreuder College Taborstraat wordt de doorstroming van leerlingen zorgvuldig gevolgd. Leerlingen stromen jaarlijks door naar een volgend leerjaar binnen de school, mits dit past bij hun ontwikkeling en belastbaarheid. Daarnaast kan doorstroom plaatsvinden naar een andere onderwijssoort, zoals regulier voortgezet onderwijs, wanneer de ontwikkeling dat toelaat. Deze keuzes worden altijd genomen in overleg met de leerling, ouders/opvoeders en de betrokken professionals, en vastgelegd in het Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP).

Voor het volgen van de ontwikkeling en het bepalen van onderwijsresultaten maakt de school gebruik van methodegebonden en methode‑onafhankelijke toetsen, observaties en voortgangsgesprekken. Leerresultaten en bijzonderheden worden vastgelegd in het leerlingvolgsysteem. Daarnaast wordt de sociaal‑emotionele ontwikkeling gevolgd met daarvoor geschikte meetinstrumenten. Deze combinatie van gegevens geeft een breed beeld van de ontwikkeling van de leerling en vormt de basis voor onderwijs‑ en begeleidingsbeslissingen.

Leerlingen die toewerken naar een diploma worden gericht voorbereid op staatsexamens. De voorbereiding vindt plaats binnen het reguliere lesprogramma en wordt afgestemd op het niveau en de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Docenten bespreken tijdig wat het examenprogramma inhoudt en welke stappen nodig zijn om hier goed op voorbereid te zijn.

Tijdens de examenperiode kan extra ondersteuning worden ingezet. Dit kan bestaan uit aangepaste examinering, extra begeleiding, verlengde toetstijd of andere toegestane faciliteiten, passend binnen de geldende regelgeving. Welke ondersteuning wordt ingezet, wordt afgestemd met de leerling en ouders/opvoeders en vastgelegd in het OPP.

De meeste leerlingen van Schreuder College Taborstraat stromen na hun schooltijd uit naar vervolgonderwijs, zoals het mbo of hbo, of naar een andere passende onderwijsplek. In sommige situaties kan uitstroom plaatsvinden richting werk of een maatwerktraject. De school volgt deze uitstroomgegevens en analyseert jaarlijks de resultaten, waaronder het aantal geslaagde leerlingen en het aantal leerlingen dat de school zonder diploma verlaat. Deze analyse wordt gebruikt om het onderwijs en de begeleiding verder te verbeteren en voortijdig schoolverlaten zoveel mogelijk te voorkomen.

2.6 Ondersteuningsdriehoek

We werken met een ondersteuningsdriehoek, waarbij jij, je ouder(s)/opvoeder(s) en de school nauw samenwerken. We bespreken regelmatig hoe het gaat, welke stappen je maakt en wat jij nodig hebt.

2.6.1 Basisondersteuning: wat biedt de school standaard aan alle leerlingen

De basisondersteuning op Schreuder College Taborstraat is het dagelijkse fundament van het onderwijs en geldt voor alle leerlingen. Deze ondersteuning komt tot uiting in het werken met kleine groepen, vaste mentoren en een herkenbare structuur in de schooldag. Leerlingen krijgen onderwijs in een voorspelbare omgeving met duidelijke afspraken, vaste routines en een eenduidige pedagogische aanpak.

De school werkt relationeel en traumasensitief. Medewerkers sluiten aan bij wat leerlingen nodig hebben om tot leren te komen en ondersteunen hen bij het ontwikkelen van vaardigheden zoals samenwerken, plannen, omgaan met emoties en zelfstandig werken. Waar nodig wordt het onderwijs binnen de klas aangepast, zonder dat dit direct leidt tot extra of intensieve ondersteuning.

Structuur en voorspelbaarheid worden geborgd door vaste roosters, een duidelijk dagprogramma en heldere verwachtingen die schoolbreed worden gehanteerd. Dit draagt bij aan rust, veiligheid en overzicht voor leerlingen.

Binnen de basisondersteuning speelt de mentor een centrale rol. Daarnaast zijn onderwijsassistenten, pedagogisch medewerkers, mediators, de intern begeleider en de gedragswetenschapper betrokken bij het volgen en ondersteunen van de ontwikkeling van leerlingen. Zij werken samen en stemmen hun handelen op elkaar af.

De school besteedt structureel aandacht aan een veilig schoolklimaat. Leerlingen weten bij wie zij terechtkunnen en signalen over veiligheid of welbevinden worden serieus genomen en opgepakt.

Leerlingen hebben inspraak in het ondersteuningsaanbod via onder andere de leerlingenraad en gesprekken in de groep. Deze inbreng wordt meegenomen bij het verder ontwikkelen en versterken van de basisondersteuning.

2.6.2 Extra ondersteuning (intensieve/specialistische): aanvullende begeleiding, expertise, voorzieningen

Wanneer de basisondersteuning onvoldoende aansluit bij wat een leerling nodig heeft, kan op Schreuder College Taborstraat extra ondersteuning worden ingezet. Deze ondersteuning is gericht, tijdelijk en planmatig en heeft als doel om het leren en functioneren binnen het onderwijsprogramma te versterken.

Extra ondersteuning kan bestaan uit aanvullende begeleiding in of buiten de klas, extra mentorondersteuning of inzet van specifieke expertise binnen de school, zoals de intern begeleider of gedragswetenschapper. De ondersteuning sluit aan bij de onderwijs‑ en ondersteuningsbehoefte van de leerling en wordt afgestemd binnen de school.

De inzet van extra ondersteuning wordt altijd besproken met de leerling en ouders/opvoeders en vastgelegd in het Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). Hierin staan de doelen, de gekozen aanpak en de evaluatiemomenten beschreven. De voortgang wordt regelmatig besproken, zodat kan worden beoordeeld of de ondersteuning effectief is of dat bijstelling nodig is.

Extra ondersteuning is erop gericht om de leerling zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren binnen het onderwijs en, waar mogelijk, weer toe te werken naar uitsluitend basisondersteuning.

2.7 Grenzen aan ondersteuning: wat kan de school niet bieden

Soms is de ondersteuning die jij nodig hebt groter dan wat wij kunnen bieden. Dan kijken we samen met ouder(s)/opvoeder(s) en het samenwerkingsverband naar een plek die beter aansluit. We vinden het belangrijk om hier eerlijk en transparant over te zijn, en we betrekken je ouder(s)/opvoeder(s) bij elke stap.

​​De school kan geen passend onderwijs voor een leerling organiseren als er sprake is van:

  • Een leerling die, ondanks ingezette interventies, niet (meer) tot onderwijs/leren komt.
  • Een leerling die, ondanks ingezette interventies, onvoldoende vooruitgaat in het reguleren van zijn emoties.
  • Een leerling die (ondanks interventies) niet in een klas van 12 leerlingen tot onderwijs komt.
  • Een leerling met een verstandelijke beperking of extra medische dan wel fysieke ondersteuningsbehoefte.
  • Ouder(s)/opvoeder(s) die niet achter de onderwijsvisie van de school kunnen staan.
  • Een ondersteunings- of zorgbehoefte waarbij intensieve behandeling of therapie leidend moet zijn en onderwijs daardoor structureel niet uitvoerbaar is binnen de schoolsetting.
  • Een situatie waarin medische zorg of verpleegkundige handelingen noodzakelijk zijn die de school niet mag of kan uitvoeren.
  • Een leerling die vanwege veiligheid van zichzelf of anderen structureel individuele begeleiding of afzondering nodig heeft buiten wat binnen de schoolorganisatie verantwoord en haalbaar is.
  • Een leerling waarbij onderwijs en noodzakelijke externe hulpverlening niet naast elkaar kunnen plaatsvinden, waardoor afstemming en uitvoering binnen school onvoldoende mogelijk zijn.
  • Een leerling die langdurig niet belastbaar is voor deelname aan onderwijs, ook niet in aangepaste vorm, waardoor leerontwikkeling stagneert.
  • Een situatie waarin de school, ondanks inzet van basisondersteuning en extra ondersteuning, geen realistisch ontwikkelperspectief meer kan bieden binnen haar onderwijsaanbod.

2.8 Loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB)

Op Schreuder College Taborstraat begeleiden we leerlingen stap voor stap bij het ontdekken van hun interesses, talenten en toekomstmogelijkheden. In de hogere leerjaren werken leerlingen steeds gerichter toe naar een vervolgstap na het voortgezet onderwijs. Samen met de mentor wordt gekeken welke opleiding, leerroute of vorm van vervolgonderwijs passend is en welke vaardigheden daarvoor nodig zijn.

Loopbaanontwikkeling is een doorlopend onderdeel van het onderwijsprogramma en is verweven in mentorlessen, vaklessen en activiteiten gericht op persoonlijke ontwikkeling. Leerlingen krijgen inzicht in hun eigen kwaliteiten, leren reflecteren op wat zij kunnen en wat zij nog willen ontwikkelen, en worden ondersteund bij het maken van realistische en passende keuzes voor de toekomst.

De school biedt aanvullende loopbaanbegeleiding naast het reguliere onderwijs. Deze begeleiding richt zich op het versterken van loopbaanvaardigheden, het voorbereiden op keuzes in de bovenbouw en het verkennen van mogelijkheden binnen vervolgonderwijs. Leerlingen maken kennis met verschillende beroepen en onderwijsroutes door middel van activiteiten zoals oriëntatieopdrachten, projecten, gastlessen en bedrijfs- of onderwijsbezoeken. Deze activiteiten sluiten aan bij de leerroute van de leerling en het uitstroomperspectief dat is vastgelegd in het OPP.

Leerlingen en ouders/opvoeders worden actief betrokken bij loopbaanontwikkeling. Keuzes en vervolgstappen worden besproken in voortgangsgesprekken, OPP‑besprekingen en mentorcontacten. Zo zorgen school, leerling en ouders/opvoeders samen voor een goed onderbouwde en gedragen keuze.

Voor leerlingen die moeite hebben met het maken van keuzes of met het opdoen van praktijkervaring, is extra begeleiding mogelijk. De mentor speelt hierin een centrale rol en kan, waar nodig, intensiever ondersteunen bij het verkennen van interesses, het stellen van doelen en het voorbereiden op vervolgstappen. Indien passend wordt hierbij samengewerkt met interne begeleiders of externe partners.

Schreuder College Taborstraat werkt samen met externe partners, zoals instellingen voor vervolgonderwijs, maatschappelijke organisaties en lokale initiatieven, om leerlingen een realistisch beeld te geven van hun mogelijkheden na school. Deze samenwerkingen zijn gericht op een soepele overgang naar vervolgonderwijs en het vergroten van zelfvertrouwen en perspectief bij leerlingen.

Volgende pagina

3. Plaatsing en samenwerking

Lees verder