2. Onderwijsaanbod en ondersteuning

2.1 Onderwijsrichtingen en leerwegen

Op Schreuder College De Villeneuvestraat volg je praktijkonderwijs binnen het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Dat betekent dat we samen kijken hoe jij je het beste kunt voorbereiden op jouw toekomst. Dat kan werk zijn, verder leren (bijvoorbeeld het mbo) of dagbesteding. Wat voor jou past, bespreken we samen en leggen we vast in jouw ontwikkelingsperspectiefplan (OPP).

Op onze school zijn verschillende leerwegen. Zo kunnen we goed aansluiten bij wat jij kunt en nodig hebt.

Reguliere praktijkonderwijsroute De meeste leerlingen volgen deze route. Je leert vooral door te doen. Je krijgt praktijklessen, werkt aan zelfredzaamheid, werknemersvaardigheden en gaat stage lopen. Daarnaast krijg je algemene vakken die je helpen bij lezen, rekenen en burgerschap. In deze leerweg werk je toe naar werk, eventueel met certificaten, of naar dagbesteding.

PrO+ (praktijkonderwijs plus) Sommige leerlingen kunnen en willen verder leren na het praktijkonderwijs. Voor jou is er de PrO+-route. In deze leerweg krijg je extra aandacht voor theoretische vakken en mbo-vaardigheden. Zo bereid je je voor op een vervolgopleiding, bijvoorbeeld op het mbo.

MBO-1 klas (samen met Albeda) Voor leerlingen die willen doorleren, maar voor wie het mbo nog een grote stap is, is er een MBO-1 klas in samenwerking met Albeda. Je werkt hier aan schoolse vaardigheden, beroepsvaardigheden en leren werken. Het doel is dat je daarna kunt doorstromen naar het mbo of naar werk.

Dagbestedingsroute Voor sommige leerlingen is werk of verder leren niet passend. In deze route leer je vooral praktische en sociale vaardigheden die nodig zijn voor dagbesteding. Je oefent met zelfstandig werken, samenwerken en omgaan met structuur, binnen en buiten de school.

Als je ouder wordt en in de bovenbouw komt, maak je samen met je mentor en je ouder(s)/opvoeder(s) steeds duidelijkere keuzes voor later. Voorbeelden van uitstroom zijn:

  • aan het werk bij een regulier bedrijf of in beschut werk, soms met certificaten;
  • doorstromen naar het mbo via PrO+ of de MBO-1 klas;
  • doorstromen naar arbeidsgerichte dagbesteding.

Welke route jij volgt, is altijd maatwerk. We kijken regelmatig samen of de gekozen leerweg nog goed bij jou past en passen dit aan als dat nodig is.

2.2 Leerstofaanbod en methodieken

Op het Schreuder College De Villeneuvestraat krijg je onderwijs dat past bij wat jij kunt en nodig hebt. We werken met duidelijke doelen en vaste manieren van lesgeven, zodat je weet waar je aan toe bent en stap voor stap kunt groeien.

De lessen die je volgt sluiten aan bij de landelijke doelen. Dit betekent dat we werken aan wat je nodig hebt om goed mee te kunnen doen in de maatschappij. De nadruk ligt op basisvaardigheden zoals lezen, rekenen, burgerschap en leren omgaan met anderen. Daarnaast krijg je veel praktijklessen, waarin je leert door te doen.

We gebruiken verschillende boeken, materialen en vakmethodes die passen bij praktijkonderwijs. In de praktijkvakken werk je met echt gereedschap, materialen en opdrachten die aansluiten bij werk in bedrijven. In de theorielessen gebruiken we methodes die overzichtelijk zijn en aansluiten bij jouw niveau.

We werken schoolbreed met vaste manieren van lesgeven en begeleiden. Zo zorgen we voor duidelijkheid en rust.

  • Met Positive Behavior Support (PBS) spreken we duidelijke afspraken af over gedrag en belonen we positief gedrag.
  • Met Handelingsgericht Werken (HGW) kijken we steeds naar wat jij nodig hebt om verder te komen en passen we het onderwijs daarop aan.
  • We houden rekening met wat je hebt meegemaakt en zorgen voor veiligheid en voorspelbaarheid door Traumasensitief Onderwijs (TSO).
  • In veel lessen werken we met een duidelijke lesopbouw volgens de vereenvoudigde EDI‑methodiek, zodat je stap voor stap kunt leren.

Niet iedereen leert op dezelfde manier of in hetzelfde tempo. Daarom zorgen we voor differentiatie in de lessen. Dit betekent dat:

  • je extra uitleg of herhaling kunt krijgen als dat nodig is;
  • je op jouw eigen niveau werkt aan opdrachten;
  • de docent en technish onderwijsassistent je helpen op een manier die bij jou past.

Zo krijgt iedere leerling de kans om succes te ervaren en zich verder te ontwikkelen.

2.3 Inrichting onderwijsprogramma eerste twee leerjaren en vakoverstijgende programmaonderdelen

In leerjaar 1 en 2 start je met een vast en overzichtelijk programma. Je volgt elke week een combinatie van theorielessen, praktijklessen en mentoruren. De schooldagen hebben een vaste opbouw, met duidelijke begin- en eindmomenten en vaste pauzes. In deze eerste jaren leer je hoe de school werkt, hoe je lessen volgt en hoe je samenwerkt met anderen.

Je werkt in kleine groepen en hebt vaste docenten en begeleiders. Zo leer je snel wie je helpt en wat er van je wordt verwacht. In leerjaar 2 ga je steeds zelfstandiger werken en bereiden we je voor op de volgende fase in jouw leerroute.

Je krijgt onderwijs in verschillende vakken, zoals Nederlands, rekenen/wiskunde, burgerschap, sociale en maatschappelijke vaardigheden, bewegen en creatieve vakken.

In leerjaar 1 en 2 besteden we veel tijd aan basisvaardigheden. Dit zijn vaardigheden die je nodig hebt op school, op het werk en in het dagelijks leven. Je oefent bijvoorbeeld:

  • begrijpend lezen en het begrijpen van instructies;
  • rekenen met geld, tijd en maten;
  • burgerschap: hoe ga je met anderen om, wat zijn regels en afspraken;
  • digitale vaardigheden: werken met digitale leermiddelen en veilig online zijn.

Deze basisvaardigheden worden niet alleen in de theorielessen geoefend, maar ook in de praktijklessen en tijdens projecten.

Daarnaast besteden we aandacht aan vaardigheden die in alle vakken belangrijk zijn, zoals plannen, samenwerken, zelfstandig werken en omgaan met feedback. Ook besteden we aandacht aan leren leren: hoe je een taak aanpakt, hulp vraagt en doorzet als iets moeilijk is. Naast de gewone vakken doe je mee aan vakoverstijgende activiteiten. Dit zijn lessen en programma’s die niet bij één vak horen, maar belangrijk zijn voor jouw ontwikkeling. Voorbeelden hiervan zijn:

  • mentor- en coachlessen, waarin je werkt aan doelen, gedrag en toekomst;
  • sociale vaardigheidstraining, gericht op samenwerken, communiceren en omgaan met emoties;
  • projecten, waarin je samen met andere leerlingen werkt aan een opdracht, bijvoorbeeld rondom praktijk of burgerschap.

Om jou hierin goed te begeleiden werken we met mentoren die jou goed kennen en je ontwikkeling volgen, zetten we vakdocenten in die expert zijn binnen hun vakgebied, werken onderwijsprofessionals samen met zorg- en jeugdhulpspecialisten, zodat we snel kunnen schakelen als dat nodig is, bieden we technisch onderwijsassistenten en ondersteunend personeel die extra uitleg geven, structuur bieden en praktische begeleiding verzorgen en organiseren we regelmatig overleggen, zodat iedereen die jou begeleidt hetzelfde doel voor ogen heeft.

We volgen jouw ontwikkeling in deze jaren zorgvuldig. We volgen jouw ontwikkeling op verschillende manieren. We kijken niet alleen naar toetsen en resultaten, maar ook naar hoe jij werkt in de klas, hoe je omgaat met anderen, hoe je je gedraagt en hoe zelfstandig je kunt werken. Deze ontwikkeling bespreken we regelmatig met jou tijdens mentor- en coachgesprekken. Ook praten we hierover met je ouder(s)/opvoeder(s) tijdens voortgangsgesprekken en bespreken we jouw ontwikkeling binnen het schoolteam, zodat we samen kunnen kijken wat goed gaat en wat jij nodig hebt om verder te groeien.

2.4 Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP): opstellen, evalueren, betrokkenen (SOP)

Wanneer jij start bij ons op school, stellen we binnen zes weken samen met jou en je ouder(s)/opvoeder(s) een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op. In dit plan staat waar we samen naartoe werken, welke onderwijsdoelen je kunt behalen, welke ondersteuning je nodig hebt en wat het verwachte uitstroomniveau is. Dit plan wordt gemaakt door jouw mentor, samen met leden van de Commissie voor Begeleiding (CvB), zoals de intern begeleider en de gedragswetenschapper.

Het OPP helpt ons om het onderwijs zo goed mogelijk af te stemmen op jouw ontwikkeling. We werken daarbij met leerlijnen en doelen die passen bij jouw mogelijkheden. Om te bepalen wat jij nodig hebt, gebruiken we informatie uit toetsen (zowel methodegebonden als methode-onafhankelijke), eventuele externe onderzoeken en gesprekken met jou en je ouder(s)/opvoeder(s). Het OPP wordt minimaal één keer per jaar samen met jou en je ouder(s)/opvoeder(s) besproken, geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Daarnaast worden jouw ontwikkeling en vorderingen minimaal twee keer per jaar besproken binnen de Commissie voor Begeleiding (CvB). Op basis daarvan kijken we of het onderwijs en de ondersteuning nog goed aansluiten bij wat jij nodig hebt.

2.5 Doorstroming, toetsing, examinering en voortijdig schoolverlaten

Tijdens je schooltijd op Schreuder College De Villeneuvestraat volgen we jouw ontwikkeling zorgvuldig. We kijken daarbij niet alleen naar toetsen, maar ook naar hoe jij werkt in de klas en in de praktijk, hoe je samenwerkt met anderen, hoe zelfstandig je bent en hoe jij je ontwikkelt richting jouw toekomst. Dit doen we door middel van observaties, gesprekken, praktijkopdrachten en toetsen. Met deze informatie stemmen we het onderwijs en de begeleiding zo goed mogelijk af op wat jij nodig hebt om verder te groeien.

Je schoolloopbaan bestaat uit verschillende fases. In de eerste jaren werk je vooral aan basisvaardigheden, zelfredzaamheid en schoolvaardigheden en maak je kennis met praktijkonderwijs. Naarmate je verder komt op school, ga je steeds gerichter werken aan jouw uitstroom. Dat kan betekenen dat je doorgaat naar een volgende leerfase binnen het praktijkonderwijs, overstapt naar een andere leerroute binnen de school, zoals PrO+, de MBO‑1 klas of de dagbestedingsroute, of dat je meer tijd besteedt aan praktijk en stage. Samen met jou en je ouder(s)/opvoeder(s) bekijken we regelmatig of jouw leerroute nog goed bij je past en stellen we deze bij als dat nodig is.

Om jouw ontwikkeling te volgen gebruiken we verschillende manieren van toetsen en volgen. Bij vakken zoals Nederlands en rekenen maken we gebruik van toetsen die horen bij de gebruikte lesmethodes. Daarnaast kijken we naar praktijkopdrachten, observaties tijdens lessen en stages en voeren we gesprekken met jou over hoe het gaat. Alles wat we hierover weten, leggen we vast in het leerlingvolgsysteem. We kijken daarbij niet alleen naar wat je weet, maar vooral naar wat je kunt en hoe jij je ontwikkelt als leerling en als toekomstige werknemer.

In sommige leerwegen werk je toe naar een diploma of naar erkende certificaten. Als dat voor jou van toepassing is, bereiden we je hier stap voor stap op voor. Je krijgt duidelijke uitleg over wat er van je wordt verwacht en oefent met de onderdelen die bij examinering horen. Je mentor en docenten bespreken ruim op tijd met jou en je ouder(s)/opvoeder(s) wat dit voor jou betekent en welke ondersteuning je daarbij kunt krijgen.

Tijdens examens of andere vormen van examinering is extra ondersteuning mogelijk als dat nodig is. Deze ondersteuning wordt afgestemd op jouw onderwijsbehoeften en kan bijvoorbeeld bestaan uit extra begeleiding vooraf, aangepaste toetsvormen of extra tijd. Zo zorgen we ervoor dat jij examens kunt maken op een manier die bij jou past.

Aan het einde van je schooltijd stroom je uit naar een plek die bij jou past. Dat kan werk zijn, eventueel in een beschutte vorm en soms met certificaten, verder leren in het MBO via bijvoorbeeld de PrO+-route of de MBO‑1 klas, of arbeidsgerichte dagbesteding wanneer werk of vervolgonderwijs niet passend is. Samen zorgen we ervoor dat je goed voorbereid bent op deze stap en dat er een passende overdracht is naar je volgende plek.

2.6 Ondersteuningsdriehoek

We werken met een ondersteuningsdriehoek, waarbij jij, je ouder(s)/opvoeder(s) en de school nauw samenwerken. We bespreken regelmatig hoe het gaat, welke stappen je maakt en wat jij nodig hebt.

2.6.1 Basisondersteuning: wat biedt de school standaard aan alle leerlingen

Op onze school krijgt iedere leerling een basisaanbod aan ondersteuning. Dit noemen we de basisondersteuning. Dit zijn de voorzieningen en vormen van begeleiding die voor alle leerlingen beschikbaar zijn binnen de school en binnen het samenwerkingsverband.

Op het Schreuder College De Villeneuvestraat betekent basisondersteuning dat jij elke dag onderwijs krijgt in een duidelijke, veilige en voorspelbare omgeving. In de klas werken we met vaste regels, routines en een herkenbare dagindeling, zodat je weet wat er van je wordt verwacht en waar je aan toe bent.

Je krijgt begeleiding van een mentor en docenten, met ondersteuning van onderwijsassistenten. De intern begeleider en gedragswetenschapper denken mee wanneer dat nodig is. Samen zorgen zij ervoor dat het onderwijs zo goed mogelijk aansluit bij wat jij nodig hebt.

We werken aan een veilig schoolklimaat door duidelijke afspraken, aandacht voor respectvol omgaan met elkaar en snel handelen bij onveilig of ongewenst gedrag. Positief gedrag wordt gezien en benoemd.

Jouw mening telt mee. Via gesprekken met je mentor, groepsgesprekken en de leerlingenraad kunnen leerlingen aangeven wat goed gaat en wat beter kan. Deze input gebruiken we om de ondersteuning op school verder te verbeteren.

2.6.2 Extra ondersteuning (intensieve/specialistische): aanvullende begeleiding, expertise, voorzieningen

Op het Schreuder College De Villeneuvestraat wordt extra ondersteuning ingezet wanneer de basisondersteuning onvoldoende is om een leerling goed tot leren en ontwikkeling te laten komen. Deze extra ondersteuning kan verschillende vormen aannemen, zoals kleinschalige begeleiding buiten de groep, tijdelijke intensieve begeleiding gericht op gedrag of leren, of deelname aan een speciaal traject. Voor leerlingen die vastlopen in gedrag of sociaal‑emotionele ontwikkeling kan bijvoorbeeld de SkillUp‑klas worden ingezet, waarin gericht wordt gewerkt aan emotieregulatie, sociale vaardigheden en terugkeer naar de reguliere groep. Voor leerlingen bij wie leren in een schoolse setting (nog) niet haalbaar is, bestaat Talentlab010, waarin stap voor stap wordt gewerkt aan leerbaarheid in een meer externe en veilige leeromgeving. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van onderwijs‑zorgarrangementen (OZA) en van School2Care ambulant, als tijdelijke intensieve interventie met als doel terugkeer naar onderwijs of doorstroom naar een passende vervolgplek.

Binnen de school zijn verschillende gespecialiseerde professionals betrokken bij de extra ondersteuning. Op de locatie werken gedragswetenschappers en intern begeleiders die samen met de mentor en het docententeam meedenken over de ondersteuningsbehoeften van leerlingen. Ook is een maatschappelijk deskundige aanwezig en wordt een jobcoach ingezet bij begeleiding richting arbeid en stage. Technisch onderwijsassistenten ondersteunen leerlingen in en buiten de klas. Structurele inzet van logopedisten of ergotherapeuten wordt in de gedeelde documentatie niet genoemd.

Wanneer ondersteuning vanuit school alleen niet voldoende is, werkt de school samen met externe partners. In de documentatie worden onder andere Enver, YOUZ, Pameijer en andere regionale zorgpartners genoemd, evenals samenwerkingen binnen iHub, zoals School2Care en Educé. Deze samenwerking maakt het mogelijk om onderwijs en zorg goed op elkaar af te stemmen bij complexe ondersteuningsvragen.

Leerlingen die extra ondersteuning ontvangen, kunnen deelnemen aan gerichte trajecten en programma’s, zoals SkillUp‑ en Talentlab010‑trajecten, coaching via School2Care en begeleiding of training op het gebied van gedrag en sociale vaardigheden via zorgpartners. De aanmelding voor extra ondersteuning verloopt via signalering door de mentor en het team en wordt besproken met de intern begeleider en gedragswetenschapper binnen de Commissie voor Begeleiding (CvB). Dit gebeurt altijd in overleg met de leerling en ouders/opvoeders en de gemaakte afspraken worden vastgelegd in het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP).

De ingezette extra ondersteuning wordt regelmatig geëvalueerd. De voortgang wordt besproken met de leerling en ouders/opvoeders en binnen het schoolteam. De evaluatie is gekoppeld aan het OPP, dat minimaal één keer per jaar wordt geëvalueerd en vaker wanneer dat nodig is. Op basis van deze evaluaties wordt bepaald of de ondersteuning wordt voortgezet, aangepast of afgebouwd.

2.7 Grenzen aan ondersteuning: wat kan de school niet bieden

Soms is de ondersteuning die jij nodig hebt groter dan wat wij kunnen bieden. Dan kijken we samen met ouder(s)/opvoeder(s) en het samenwerkingsverband naar een plek die beter aansluit. We vinden het belangrijk om hier eerlijk en transparant over te zijn, en we betrekken je ouder(s)/opvoeder(s) bij elke stap.

​​De school kan geen passend onderwijs voor een leerling organiseren als er sprake is van:

  • Een leerling die, ondanks ingezette interventies, niet (meer) tot onderwijs/leren komt.
  • Een leerling die, ondanks ingezette interventies, onvoldoende vooruitgaat in het reguleren van zijn emoties.
  • Een leerling die (ondanks interventies) niet in een klas van 14 leerlingen tot onderwijs komt.
  • Een leerling met een verstandelijke beperking of extra medische dan wel fysieke ondersteuningsbehoefte.
  • Ouder(s)/opvoeder(s) die niet achter de onderwijsvisie van de school kunnen staan.

Naast de hierboven genoemde situaties kan de school ook geen passend onderwijs bieden wanneer er sprake is van een ondersteunings- of zorgvraag die verder gaat dan wat binnen een onderwijssituatie verantwoord en haalbaar is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een leerling structureel intensieve medische zorg nodig heeft tijdens schooltijd, of wanneer er sprake is van fysieke of medische ondersteuningsbehoeften die specialistische voorzieningen of continue zorg vereisen die de school niet kan bieden. In zulke situaties kijken we samen met jou, je ouder(s)/opvoeder(s) en het samenwerkingsverband zorgvuldig naar een andere plek waar beter kan worden aangesloten bij wat jij nodig hebt.

2.8 Loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB)

Op het Schreuder College De Villeneuvestraat doe je veel praktijkervaring op en doe binnen LOB mee aan verschillende activiteiten en projecten. Vanaf fase 1 neem je een kijkje bij bedrijven uit diverse branches maar ga je ook al oefenen met werknemersvaardigheden. Wat in fase 2 overgaat naar periodes in kleine groepen in de branches meewerken en ervaren waar je goed in bent en wat je leuk vindt. Vanaf fase 3 loop je stages bij bedrijven in de regio Rotterdam. Het schreudercollege de villeneuvestraat werkt samen met het regionale bedrijfsleven en partnerscholen en partners zoals PROVSO.WORKS en MBO‑instellingen in de regio, waaronder Albeda, om jou zo goed mogelijk voor te bereiden op werk of vervolgonderwijs.

Bij loopbaanontwikkeling worden jij en je ouder(s)/opvoeder(s) actief betrokken. Keuzes over stages, leerroutes en uitstroom worden besproken tijdens mentor- en voortgangsgesprekken. Samen kijken we welke richting bij jou past en welke stappen nodig zijn om daar te komen.

Voor leerlingen die moeite hebben met het maken van keuzes of het opdoen van praktijkervaring is er extra begeleiding. De mentor en, waar nodig, een trajectcoach of jobcoach helpen jou bij het ontdekken van je talenten, het voorbereiden op stages en het begeleiden tijdens stageperiodes. Deze begeleiding kan intensiever zijn wanneer dat nodig is.

De school werkt daarnaast samen met gemeenten en netwerkpartners om leerlingen te ondersteunen bij de overgang van school naar werk, vervolgonderwijs of dagbesteding. Zo zorgen we ervoor dat jouw schooltijd goed aansluit op wat je na school gaat doen.

Volgende pagina

3. Plaatsing en samenwerking

Lees verder