2. Onderwijsaanbod en ondersteuning

2.1 Onderwijsverloop en leerwegen
Op onze school en de BeO kijken wij samen met u naar de volgende stap in de ontwikkeling van uw kind. In het speciaal onderwijs werken wij niet met verschillende leerwegen zoals in het voortgezet onderwijs, maar bereiden wij leerlingen voor op een passende vervolgplek na groep 8. Bij de BeO wordt tijdens de plaatsing van een jaar gekeken welke vorm van onderwijs passend is.
Tijdens de schooltijd van uw kind werken wij aan de ontwikkeling op het gebied van kennis en vaardigheden, gedrag, zelfstandigheid en sociale vaardigheden. Daarbij kijken wij zorgvuldig naar wat uw kind nodig heeft en wat bij hem of haar past, we sluiten aan bij de onderwijs-zorgbehoefte van de leerlingen. Op basis daarvan bepalen wij samen met u welk type vervolgonderwijs het beste aansluit, zoals voortgezet speciaal onderwijs (VSO) of regulier voortgezet onderwijs, met of zonder extra ondersteuning.
Aan het einde van de schoolperiode stromen leerlingen uit naar een passende vorm van vervolgonderwijs, waaronder:
- Praktijkonderwijs (regulier VO of VSO)
- VMBO basis kader of gemengd theoretische leerweg (regulier of VSO)
- Havo (regulier of VSO)
Voor de BeO geldt dat leerlingen uitstromen naar:
- Regulier basisonderwijs
- SBO
- Cluster 2, 3 of 4 afhankelijk van gedrag en cognitieve mogelijkheden
2.2 Leerstofaanbod en methodieken
Wij maken gebruik van methodes die aansluiten bij de kerndoelen van het basisonderwijs. Daarbij stemmen wij het aanbod af op de onderwijsbehoeften van uw kind. Dit betekent dat wij differentiëren in niveau, tempo en ondersteuning.
In de klas werken wij volgens het expliciete directe instructiemodel (EDI). Uw kind krijgt een duidelijke uitleg, oefent onder begeleiding en werkt daarna zelfstandig verder. Wanneer nodig krijgt uw kind extra uitleg of juist extra uitdaging.
Daarnaast werken wij handelingsgericht. Dit betekent dat wij systematisch kijken naar wat uw kind nodig heeft en ons handelen daarop aanpassen. De ontwikkeling van uw kind wordt gevolgd met observaties, methode toetsen en methode onafhankelijke toetsen waaronder CITO. Regelmatig wordt met u gesprekken gevoerd over de ontwikkeling van uw kind.
We werken met onderstaande methodes aan de basisvaardigheden en overige vakken:
- Lijn 3 beginnend lezen ondersteund met de methodiek van José Schrave
- Karakter (voortgezet technisch lezen)
- Nieuwsbegrip (begrijpend lezen)
- Pluspunt Rekenen
- Staal (spelling)
- Taaljacht (taal)
- Wereld Zaken (Aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek)
- Kwink (sociaal emotionele ontwikkeling)
- Taal in Blokjes (taal en spelling voor de ZMOLK-groep)
- Rekenroute (ZMOLK-groep
- Faqta (wereldoriëntatie ZMOLK-groep)
Naast het aanbieden van de basisvaardigheden gaan we met de klassen koken, gaan er groepen naar de schooltuin, en zijn er cultuur bezoeken aan bijvoorbeeld Naturalis, Maritiem museum, de speelfabriek (techniek), techniek op Zuid etc.
Op school wordt een naschools aanbod aangeboden. De leerlingen kunnen zich inschrijven voor sport en spel en muziek. Deze begeleiders bieden ook pauzebegeleiding waarbij ook sport en spel wordt ingezet. Op deze manier leren de leerlingen nog meer samenwerken, leren omgaan met winnen en verliezen en werken aan hun sociaal emotionele ontwikkeling.
Vanuit de SKVR wordt op de dinsdag zowel op school als op de BeO muziek aangeboden in de klassen en hebben de jongere groepen ook dans.
Op de woensdag is er voor alle groepen een taekwondo meester en leren de leerlingen de vaardigheden van deze sport aan.
2.3 Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP): opstellen, evalueren, betrokkenen
Wanneer uw kind bij ons op school start, stellen de gedragswetenschapper en de leerkracht binnen zes weken samen met u een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op. In dit plan beschrijven wij waar naartoe wordt gewerkt, welke onderwijsdoelen haalbaar zijn, welke ondersteuning nodig is en wat het verwachte uitstroomniveau van uw kind is.
Het OPP helpt ons om het onderwijs zo goed mogelijk af te stemmen op de ontwikkeling van uw kind. We werken met leerlijnen en doelen die aansluiten bij de mogelijkheden van uw kind. Om te bepalen wat uw kind nodig heeft, gebruiken we informatie uit toetsen (zowel methodegebonden als methode-onafhankelijke), eventuele externe onderzoeken en gesprekken met u en uw kind. Het OPP wordt minimaal één keer per jaar samen met u en uw kind besproken, geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Daarnaast worden de ontwikkeling en vorderingen van uw kind regelmatig besproken binnen de Commissie voor Begeleiding (CvB), om te beoordelen of het onderwijs en de ondersteuning nog passend zijn.
Drie keer per jaar wordt u uitgenodigd op school om de ontwikkelingen en vorderingen te bespreken. Wanneer er gedurende het jaar zorgen zijn over de ontwikkeling van uw kind, zullen wij u tussentijds uitnodigen voor een gesprek.
2.4 Proces uitstroomperspectief en uitstroom groep 8
In groep 8 kijken we samen met u en uw kind naar de volgende stap in de schoolloopbaan. De school geeft een schooladvies dat past bij de ontwikkeling, mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften van uw kind. Dit advies noemen wij het uitstroomperspectief en het geeft richting aan het vervolgonderwijs dat het beste aansluit bij uw kind.
Bij het opstellen van het schooladvies betrekken wij verschillende aspecten, zoals de leerontwikkeling, toetsresultaten, werkhouding, zelfstandigheid en sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook eerdere observaties en gesprekken met u en uw kind worden meegenomen.
Tijdlijn groep 8:
- September informatieavond ouders en leerlingen;
- In oktober wordt de Drempeltoets afgenomen. Hieruit blijkt ook welke leerweg passend is;
- Het voorlopige schooladvies wordt in december/januari gegeven;
- De landelijke verplichte doorstroomtoets (IEP) wordt in februari afgenomen;
- Wanneer de doorstroomtoets hoger uitvalt dan het voorlopige schooladvies wordt met u een afspraak gemaakt en kan het advies worden bijgesteld;
- Afhankelijk van data van Koers VO wordt de aanmelding voor het VO gedaan. Meestal is dit in maart.
2.5 Ondersteuningsdriehoek
Wij werken met een ondersteuningsdriehoek, waarin school, leerling en ouders/opvoeders nauw samenwerken. In dit gezamenlijke overleg bespreken wij regelmatig hoe het met uw kind gaat, welke ontwikkeling zichtbaar is en welke ondersteuning nodig is.
Binnen de school werken wij vanuit een nauwe samenwerking tussen school, ouder en leerling. Wij zien dit als een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van uw kind.
Door regelmatig met u in gesprek te gaan, houden wij zicht op wat uw kind nodig heeft. Deze samenwerking zorgt ervoor dat wij het onderwijs en de ondersteuning goed kunnen afstemmen.

2.5.1 Basisondersteuning: wat biedt de school standaard aan alle leerlingen
Op onze school krijgt iedere leerling een basisaanbod aan ondersteuning. Dit noemen we de basisondersteuning. Dit zijn de voorzieningen en vormen van begeleiding die voor alle leerlingen beschikbaar zijn binnen de school en binnen het samenwerkingsverband.
De basisondersteuning zorgt ervoor dat uw kind onderwijs krijgt in een veilige, duidelijke en ondersteunende omgeving. Dit betekent dat wij werken met structuur in de klas, een voorspelbare dagindeling en duidelijke afspraken. Leerkrachten en andere medewerkers begeleiden uw kind bij het leren en ondersteunen daarnaast de persoonlijke en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Binnen de basisondersteuning besteden we aandacht aan een veilig schoolklimaat, een goede relatie tussen leerlingen en medewerkers en een duidelijke pedagogische aanpak. We ondersteunen je bij het ontwikkelen van vaardigheden zoals samenwerken, omgaan met emoties, plannen en zelfstandig werken. Wanneer dat nodig is, kijken we samen hoe we het onderwijs of de begeleiding binnen de klas kunnen aanpassen.
De basisondersteuning is de ondersteuning die iedere leerling op onze school krijgt. Uw kind leert in een vaste klas met een leerkracht en onderwijsassistent. Samen zorgen zij voor een veilige en voorspelbare leeromgeving.
Binnen de klas werken wij met duidelijke regels, structuur en een vaste dagindeling. Dit helpt uw kind om tot rust te komen en zich te concentreren op het leren.
Wij besteden veel aandacht aan het ontwikkelen van sociaal gedrag en emotieregulatie. Hiervoor gebruiken wij onder andere methodieken zoals Kwink en werken wij vanuit traumasensitief onderwijs en relationeel vakmanschap.
In de lessen wordt gebruik gemaakt van verschillende werkvormen, waaronder bewegend leren. Dit helpt leerlingen om actief betrokken te blijven.
Daarnaast maken wij gebruik van hulpmiddelen zoals pictogrammen, time-timers en aangepaste werkplekken om uw kind te ondersteunen in het leren en gedrag.
Eens in de 6 weken is er een leerlingbespreking. Hierbij worden de leerlingen besproken met de intern begeleider, gedragswetenschapper, leerkracht, wanneer nodig ook de schoolmaatschappelijk deskundige en eventueel de onderwijsassistent. Tijdens deze besprekingen kan duidelijke worden of er extra ondersteuning voor een leerling moet komen. Daarnaast vinden er pedagogische en didactische groepsbesprekingen plaats.
2.5.2 Extra ondersteuning (intensieve/specialistische): aanvullende begeleiding, expertise, voorzieningen
Soms heeft een leerling meer ondersteuning nodig dan de basisondersteuning die alle leerlingen krijgen. In dat geval kan de school extra ondersteuning bieden. Deze ondersteuning is bedoeld om ervoor te zorgen dat uw kind zo goed mogelijk kan leren en je prettig kunt ontwikkelen op school.
Extra ondersteuning kan op verschillende manieren worden georganiseerd. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit individuele begeleiding, extra ondersteuning in de klas of begeleiding door gespecialiseerde professionals binnen of buiten de school. De school kijkt steeds wat het beste past bij de ondersteuningsbehoefte van uw kind.
Binnen de school werken leerkrachten, IB, GW en SMW samen om leerlingen goed te begeleiden. Wanneer dat nodig is, wordt ook samengewerkt met externe partners, bijvoorbeeld het wijkteam, zorgonderwijs specialisten, samenwerkingsverband, hulpverleningsinstanties.
Als extra ondersteuning nodig is, bespreken we dit altijd samen met u. De afspraken over de ondersteuning en de doelen waar we aan werken worden vastgelegd in jouw ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). We evalueren regelmatig of de ondersteuning nog goed aansluit bij wat jij nodig hebt.
Als extra ondersteuning kan worden ingezet:
- Ondersteuning in de klas voor een leerling vanuit een externe zorgpartner. Dit kan alleen wanneer het wijkteam is betrokken;
- Inzet van OASE. Een klein groepje leerlingen werkt samen met 2 medewerkers van ENVER aan doelen, bijvoorbeeld aan samenwerken;
- OZA lichte individuele hulp bij bijvoorbeeld bij zelfvertrouwen;
- Buiten de klas extra begeleiding op het gebied van lezen en rekenen;
- FloorPlay wordt ingezet bij de BeO;
- Wanneer nodig kan een leerling buiten schooltijd naar jeugdhulp, GGZ of andere zorgpartners voor therapie.
- Op school wordt ook met de leerling besproken welke hulp nodig zou kunnen zijn, maar vooral wat de leerling denkt wat nodig is. Dit kan ook een kleine interventie zijn, zoals een time out samen met de onderwijsassistent.
2.5.3 Extra ondersteuning aan het jonge kind
Op onze school en de BeO letten we goed op de ontwikkeling van jonge kinderen. We zorgen dat jij en je kind zich veilig en vertrouwd voelen. Soms hebben jonge kinderen extra begeleiding nodig, bijvoorbeeld op de BeO bij het zindelijk worden of als ze voor het eerst langere tijd zonder ouders/opvoeders zijn. We bieden extra ondersteuning door jonge kinderen rustig te begeleiden bij nieuwe situaties en het afscheid nemen van hun ouders/opvoeders. Daarnaast helpen we hen bij het ontwikkelen van zelfredzaamheid en persoonlijke verzorging. Ook besteden we extra aandacht aan sociale vaardigheden en het leren samenwerken met andere kinderen. Waar nodig zetten we speciale materialen of hulpmiddelen in om het leren en ontwikkelen te ondersteunen.
In de groepen 1, 2 en 3 en ook op de BeO-groepen staat de ontwikkeling bij de kinderen centraal en wordt gekeken naar wat uw kind nodig heeft om tot leren te kunnen komen. Er wordt extra aandacht besteedt aan het wennen aan de groep en aan het ontwikkelen van het fonemisch bewustzijn en basisvaardigheden.
De begeleiding richt zich op het aanleren van vaardigheden zoals zelfstandigheid, sociale interactie en het omgaan met emoties. Hierbij werken wij nauw samen met ouders en zorgprofessionals. Op de BeO zijn naast de leerkrachten pedagogisch medewerkers en een gedragsdeskundige werkzaam. Wanneer nodig is de schoolmaatschappelijk deskundige en de intern begeleider ook beschikbaar.
Op de BeO zijn de medewerkers geschoold in FloorPlay zetten dit in in samenwerking met de logopedist.
2.6 Grenzen aan ondersteuning: wat kan de school niet bieden
Soms is de ondersteuningsbehoefte van uw kind groter dan wat wij binnen de school kunnen bieden. In dat geval onderzoeken wij samen met u en het samenwerkingsverband welke plek beter aansluit bij de behoeften van uw kind. Wij hechten hierbij veel waarde aan een eerlijk en transparant proces en betrekken u bij iedere stap
De school kan geen passend onderwijs voor een leerling organiseren indien er sprake is van:
- Een leerling die, ondanks ingezette interventies, niet (meer) tot onderwijs/leren komt.
- Een leerling die, ondanks ingezette interventies, onvoldoende vooruitgaat in het reguleren van zijn emoties laat zien.
- Een leerling die (ondanks interventies) niet in een klas van 14 leerlingen tot onderwijs komt.
- Een leerling met een verstandelijke beperking of extra medische dan wel fysieke ondersteuningsbehoefte.
- Ouders/opvoeders die niet achter de onderwijsvisie van de school kunnen staan.
2.7 BeO De Pauwen
Wanneer uw kind op BeO De Pauwen voor de duur van een jaar is geplaatst, ontvangt uw kind, onderwijs, het zorg en (groeps) behandeling dat gericht is op de sociaal-emotionele en psychische ontwikkeling en het aanvankelijk leren. Dit aanbod is bedoeld om uw kind, samen met u en andere betrokkenen, te ondersteunen zodat het leren en de verdere ontwikkeling weer mogelijk worden en kan worden toegewerkt naar uitstroom.
De begeleiding ondersteunt uw kind bij het omgaan met gevoelens, gedrag en moeilijke situaties. Daarmee werken we toe naar verdere ontwikkeling en een passende vervolgstap, zoals regulier of speciaal onderwijs of dagbesteding.
De behandeling kan bestaan uit verschillende vormen van zorg, zoals:
- Gesprekken met u, de leerkrachten, pedagogisch medewerkers, gedragswetenschapper, schoolmaatschappelijk deskundige of internbegeleider. Ook wordt het samenwerkingsverband, het wijkteam en de zorgonderwijs specialisten betrokken;
- Observatie en diagnostiek om beter te begrijpen wat er nodig is voor uw kind;
- FloorPlay en groepslogopedie;
- Groepsbehandeling.
Op school werken leerkrachten en pedagogisch medewerkers en de gedragswetenschapper nauw samen. Zij stemmen hun begeleiding goed met elkaar af, zodat uw kind duidelijkheid, rust en veiligheid ervaart. Omdat uw kind hier tijdelijk is, werken we doelgericht toe naar een passende vervolgplek en zorgen we voor een goede overdracht van de begeleiding.es en betrekken u bij iedere stap
De school kan geen passend onderwijs voor een leerling organiseren indien er sprake is van:
- Een leerling die, ondanks ingezette interventies, niet (meer) tot onderwijs/leren komt.
- Een leerling die, ondanks ingezette interventies, onvoldoende vooruitgaat in het reguleren van zijn emoties laat zien.
- Een leerling die (ondanks interventies) niet in een klas van 14 leerlingen tot onderwijs komt.
- Een leerling met een verstandelijke beperking of extra medische dan wel fysieke ondersteuningsbehoefte.
- Ouders/opvoeders die niet achter de onderwijsvisie van de school kunnen staan.