2. Onderwijsaanbod en ondersteuning

2.1 Onderwijsverloop en leerwegen

Op onze school kijken wij samen met u naar de volgende stap in de ontwikkeling van uw kind. In het speciaal onderwijs werken wij niet met verschillende leerwegen zoals in het voortgezet onderwijs, maar bereiden wij leerlingen voor op een passende vervolgplek na groep 8.

Tijdens de schooltijd van uw kind werken wij aan de ontwikkeling op het gebied van leren, gedrag, zelfstandigheid en sociale vaardigheden. Daarbij kijken wij zorgvuldig naar wat uw kind nodig heeft en wat bij hem of haar past. Op basis daarvan bepalen wij samen met u welk type vervolgonderwijs het beste aansluit, zoals voortgezet speciaal onderwijs (VSO) of regulier voortgezet onderwijs, met of zonder extra ondersteuning.

Het gemiddelde uitstroomniveau van onze leerlingen is VMBO Basisberoepsgerichte leerweg/ kaderberoepsgerichte leerweg.

Gemiddeld stroomt 30-35% van onze leerlingen na groep 8 uit naar een vorm van regulier voortgezet onderwijs. De reguliere scholen waar deze leerlingen onder andere zijn uitgestroomd zijn: Yuverta, Scala College, Groene Hart Leerpark en Groene Hart praktijkschool.

De overige leerlingen zijn uitgestroomd naar een vorm van voortgezet speciaal onderwijs (vso). De vso-scholen waar onze leerlingen dit schooljaar zijn uitgestroomd zijn: Kesper College, Rijnstroom College en Leo Kanner VSO Oegstgeest.

2.2 Leerstofaanbod en methodieken

Wij werken met lesprogramma’s die aansluiten bij het niveau en tempo van uw kind. Daarbij maken wij gebruik van methodes die bewezen effectief zijn en die bijdragen aan het opbouwen van kennis en vaardigheden. In kleine stappen werken wij aan vakken zoals taal, rekenen/wiskunde, wereldoriëntatie, burgerschap en sociale vaardigheden. Daarnaast besteden wij veel aandacht aan praktische opdrachten, samenwerken en het ontwikkelen van zelfstandigheid.

Op basis van zowel methode-gebonden als methode-onafhankelijke toetsen, externe onderzoeken en gesprekken met u, kijken we naar de mogelijkheden en onderwijsbehoeften. Het onderwijsaanbod van iHub voldoet aan de kerndoelen zoals deze door de overheid zijn omschreven.

Het onderwijsaanbod van Op Maat richt zich op uitstroom naar een vervolgopleiding. Dit kan zijn terug naar een reguliere school (inclusief onderwijs) of doorstromen naar het voortgezet (speciaal) onderwijs. Doordat wij ons onderwijs- en zorgaanbod op maat kunnen aanbieden haalt de school het maximale uit leerlingen.

Het onderwijsaanbod van Op Maat richt zich op:

  • Leerroute 1: VMBO TL/ HAVO of VWO
  • Leerroute 2: VMBO-BBL of VMBO BKL
  • Leerroute 3: Praktijkonderwijs

Binnen de leerroutes werken wij met de volgende methodes:

  • Kleuterplein: Deze methode wordt gebruikt in de BeO klas voor 4-6 jarige leerlingen.
  • Veilig Leren lezen: Deze methode wordt gebruikt om de leerlingen in groep 3 te leren lezen.
  • Taaljacht: Deze methode wordt gebruikt voor het Taal- en Spellingaanbod vanaf groep 4.
  • Flits: Deze methode wordt gebruikt voor technisch lezen vanaf groep 4.
  • Nieuwsbegrip XL: Deze methode wordt gebruikt voor begrijpend lezen.
  • Pluspunt: Deze methode wordt gebruikt voor het rekenaanbod.
  • Blink: Deze methode wordt gebruikt voor het aanbod van de Engelse Taal.
  • De Zaken: De methode voor Wereldoriëntatie
  • Kwink: Kwink is een methode voor sociaal-emotioneel leren die leerlingen helpt bij vaardigheden zoals samenwerken, zelfvertrouwen, weerbaarheid en omgaan met anderen.
  • Kwink Burgerschap: Burgerschap en sociale integratie nemen in ons een onderwijs een belangrijke plaats in. Dit betekent dat wij naast de methode Kwink Burgerschap binnen de verschillende leergebieden aandacht besteed wordt aan de Nederlandse samenleving, cultuur en diversiteit, zodat de leerlingen leren hoe zijn/ haar participeren en een bijdrage leveren aan onze samenleving.

Alle klassen bij Op Maat ontvangen PBS lessen en krijgen bewegingsonderwijs en kunstzinnige oriëntatie aangeboden door vakspecialisten.

Binnen Op Maat vinden wij het belangrijk dat leerlingen plezier hebben in lezen en veel kunnen lezen op school. Om het leesonderwijs te bevorderen hebben wij een samenwerking met de lokale bibliotheek Rijn en Venen om de schoolbibliotheek te voorzien van inspirerende en betekenisvolle boeken.

Voor de methode onafhankelijke toetsing werken wij met Leerling in Beeld van Cito. Bij alle leerlingen worden 2x per schooljaar de methode onafhankelijke toetsen afgenomen. In de onderbouw op papier en in de middenbouw en bovenbouw digitaal.

2.3 Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP): opstellen, evalueren, betrokkenen

Wanneer uw kind bij ons op school start, stellen wij binnen zes weken samen met u een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op. In dit plan beschrijven wij waar naartoe wordt gewerkt, welke onderwijsdoelen haalbaar zijn, welke ondersteuning nodig is en wat het verwachte uitstroomniveau van uw kind is.

Gedurende het schooljaar voert het klassenteam tenminste 3 keer met u en uw kind een gesprek:

  • Het startgesprek op de eerste schooldag na de zomervakantie
  • Het OPP gesprek binnen 6 weken na de start van het schooljaar
  • Eerste evaluatie OPP in Januari
  • Eindevaluatie OPP in Juni

Het OPP wordt tijdens deze gesprekken geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.

In de SO+ klas en de BeO klas voor 4-6 jarige nodigen wij u naast de OPP gesprekken ook uit voor de groot perspectief overleggen. Bij dit integraal overleg zijn naast u en het klassenteam, de onderwijsspecialisten van het SWV Rijnstreek, de casusregisseur zorg en leden van de CvB aanwezig. Zo kunnen wij met elkaar verantwoordelijk nemen om leerlingen perspectief te laten krijgen op een voor hen passende onderwijsplek.

Het OPP helpt ons om het onderwijs zo goed mogelijk af te stemmen op de ontwikkeling van uw kind. We werken met leerlijnen en doelen die aansluiten bij de mogelijkheden van uw kind. Om te bepalen wat uw kind nodig heeft, gebruiken we informatie uit toetsen (zowel methodegebonden als methode-onafhankelijke), eventuele externe onderzoeken en gesprekken met u en uw kind. Het OPP wordt minimaal één keer per jaar samen met u en uw kind besproken, geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Daarnaast worden de ontwikkeling en vorderingen van uw kind minimaal twee keer per jaar besproken binnen de Commissie voor Begeleiding (CvB), om te beoordelen of het onderwijs en de ondersteuning nog passend zijn.

2.4 Proces uitstroomperspectief en uitstroom groep 8

Wij volgen de ontwikkeling van onze leerlingen zorgvuldig, zodat we hen kunnen begeleiden naar een passende plek in het voortgezet onderwijs.

In de OPP’s van leerlingen binnen groep 1 t/m groep 4 wordt een uitstroomperspectief genoteerd passend bij de schoolstandaard. Vanaf groep 5 wordt voor iedere leerling een uitstroomperspectief opgesteld door het klassenteam en de commissie voor begeleiding (CvB) richting een uitstroom naar groep 8. In het OPP beschrijven we het uitstroomperspectief. Het uitstroomperspectief bestaat uit een uitstroomniveau en een uitstroombestemming. Het uitstroomperspectief wordt vastgesteld op basis van methode gebonden als niet-methode gebonden toetsen, intelligentiegegevens (indien beschikbaar) en het algemene beeld vanuit de klas (werkhouding, zelfstandigheid en sociaal-emotionele ontwikkeling).

De schoolarts van de school (lid van de CvB) denkt mee in het maken van een passend uitstroomperspectief. Het perspectief wordt met ouders tijdens de OPP-besprekingen besproken.

Tijdens het Opp gesprek ik in groep 7 voert het klassenteam met u en uw kind een gesprek over het verwachte uitstroomperspectief. In groep 8 kijken wij samen met u en uw kind naar de volgende stap in de schoolloopbaan. De school geeft een schooladvies dat past bij de ontwikkeling, mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften van uw kind. Dit advies noemen wij het uitstroomperspectief en het geeft richting aan het vervolgonderwijs dat het beste aansluit bij uw kind.

Bij het opstellen van het schooladvies betrekken wij verschillende aspecten, zoals de leerontwikkeling, toetsresultaten, werkhouding, zelfstandigheid en sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook eerdere observaties en gesprekken met u en uw kind worden meegenomen.

Bij Op Maat vinden wij het belangrijk dat ouders/verzorgers en leerlingen goed worden meegenomen in de overgang naar het voortgezet onderwijs. Hieronder leggen wij uit hoe het schoolverlatersproces bij Op Maat verloopt:

In september is er een informatieve ouderavond voor de ouder(s)/verzorger(s) van groep 7 en groep 8. Tijdens de informatie avond ontvangt u informatie over het schoolverlatersproces van het schooljaar 2026-2027.

Eind oktober worden er in groep 8 methode onafhankelijke toetsen afgenomen.

In het Opp gesprek in November wordt het voorlopige schooladvies gegeven. Dit advies is gebaseerd op de ontwikkeling van uw kind in de afgelopen jaren.

Januari/februari kunnen ouder(s)/verzorger(s) zich aanmelden bij een school voor voortgezet speciaal onderwijs.

Het schooladvies wordt eerst voorlopig vastgesteld. Vervolgens maakt uw kind de doorstroomtoets in februari. Wanneer de uitslag in maart aanleiding geeft tot heroverweging, bekijkt de school het advies opnieuw en kan dit worden bijgesteld. Het definitieve schooladvies wordt vastgesteld voor de landelijke aanmeldweek. Dit wordt u per brief kenbaar gemaakt.

Eind maart – ouders melden hun kind aan bij een school voor (regulier) voortgezet onderwijs. Let op: dit kan alleen in deze inschrijfweek!

2.5 Ondersteuningsdriehoek

Wij werken met een ondersteuningsdriehoek, waarin school, leerling en ouders/opvoeders nauw samenwerken. In dit gezamenlijke overleg bespreken wij regelmatig hoe het met uw kind gaat, welke ontwikkeling zichtbaar is en welke ondersteuning nodig is.

2.5.1 Basisondersteuning: wat biedt de school standaard aan alle leerlingen

Op onze school krijgt iedere leerling een basisaanbod aan ondersteuning. Dit noemen we de basisondersteuning. Dit zijn de voorzieningen en vormen van begeleiding die voor alle leerlingen beschikbaar zijn binnen de school en binnen het samenwerkingsverband.

De basisondersteuning zorgt ervoor dat uw kind onderwijs krijgt in een veilige, duidelijke en ondersteunende omgeving. Dit betekent dat wij werken met structuur in de klas, een voorspelbare dagindeling en duidelijke afspraken. Leerkrachten en andere medewerkers begeleiden uw kind bij het leren en ondersteunen daarnaast de persoonlijke en sociaal-emotionele ontwikkeling.

Binnen de basisondersteuning besteden we aandacht aan een veilig schoolklimaat, een goede relatie tussen leerlingen en medewerkers en een duidelijke pedagogische aanpak. We ondersteunen je bij het ontwikkelen van vaardigheden zoals samenwerken, omgaan met emoties, plannen en zelfstandig werken. Wanneer dat nodig is, kijken we samen hoe we het onderwijs of de begeleiding binnen de klas kunnen aanpassen.

Binnen onze school vinden wij het belangrijk dat elke leerling zich goed kan ontwikkelen. Zo werken wij handelingsgericht (HGW), waarin wij op vaste en doordachte wijze werken om leerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen in de school.

Onze leraren zijn opgeleid om zowel pedagogisch als didactisch naar de ontwikkeling van leerlingen te kijken. Zij kijken naar de kansen en mogelijkheden van leerlingen en dat zij het onderwijs bieden in een leeromgeving die voor alle leerlingen veilig en betekenisvol is.

Binnen Op Maat is het ondersteuningsmodel ontwikkelt. Een model waarin de basis-, intensieve- en specialistische ondersteuning beschreven is. De uitgangspunten van het ondersteuningsmodel is integraal arrangeren. Hierin hebben wij een intensieve samenwerking met leerlingen, ouder(s)/ verzorger(s) en samenwerkingspartners om vanuit een gezamenlijk perspectief leerlingen verder tot ontwikkeling te laten komen. Meer informatie kunt u hierover lezen op onze website; ondersteuningscultuur Op Maat.

Basisondersteuning

Binnen Op Maat zijn dit de ondersteuningstrappen 1 t/m 4 van het ondersteuningsmodel. Binnen de school hebben wij 6 groepen waarbij de leeromgeving ingericht is op leerlingen met onderwijsbehoeften op het gebied van gedrag. In de basisondersteuning zorgen wij goed voor onderwijs in de leeromgeving van alle klassen:

· Sterk onderwijs vanaf het begin met een rijk en doordacht lesaanbod. Wij leggen uit volgens de methode Expliciete (Directe) Instructie

· Een veilig pedagogisch klimaat gericht op duidelijkheid, structuur en voorspelbaarheid: In onze klassen zorgen wij voor een fijne sfeer waarin iedere leerling zich veilig en gezien voelt. Zo is de leeromgeving rustig, prikkelarm en wordt er gebruik gemaakt van visuele ondersteuning.

· Onze leraren zijn deskundig en betrokken. Zo bieden zij traumasensitief onderwijs, is de benaderingswijze gericht op bekrachtiging van positief gedrag en blijven de docenten zichzelf zowel didactisch als pedagogisch ontwikkelen om goed en betekenisvol onderwijs te kunnen blijven bieden.

Binnen de basisondersteuning is er aandacht voor sociale vaardigheden, zelfredzaamheid, emotieregulatie en aandacht voor verlengde instructie. De gedragswetenschappers en intern begeleiders van de school kunnen door de klassenteams of ouder(s)/ verzorger(s) binnen de basisondersteuning betrokken worden om te bekijken welke interventies ingezet kunnen worden om leerlingen verder tot ontwikkeling te laten komen. De interventies kunnen ingezet worden per leerling, maar interventies zijn ook gericht op wat het klassenteam nodig heeft, zodat alle leerlingen meer kansen en mogelijkheden hebben om tot ontwikkeling te komen.

Binnen de school wordt veel tijd en energie gestoken in het stuk Veiligheid. Iedere leerling moet zichzelf kunnen zijn binnen onze school. Het leerklimaatonderzoek wordt jaarlijks afgenomen onder de leerlingen van groep 5 en hoger. Hierin wordt de veiligheid en veiligheidsbeleving van de leerlingen gemeten. De resultaten hiervan worden geëvalueerd met leerlingen, het team, de MR en meegenomen in het jaarplan.

2.5.2 Extra ondersteuning (intensieve/specialistische): aanvullende begeleiding, expertise, voorzieningen

Soms heeft een leerling meer ondersteuning nodig dan de basisondersteuning die alle leerlingen krijgen. In dat geval kan de school extra ondersteuning bieden. Deze ondersteuning is bedoeld om ervoor te zorgen dat uw kind zo goed mogelijk kan leren en je prettig kunt ontwikkelen op school.

Extra ondersteuning kan op verschillende manieren worden georganiseerd. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit individuele begeleiding, extra ondersteuning in de klas of begeleiding door gespecialiseerde professionals binnen of buiten de school. De school kijkt steeds wat het beste past bij de ondersteuningsbehoefte van uw kind.

Binnen de school werken verschillende deskundigen samen om leerlingen goed te begeleiden. Wanneer dat nodig is, wordt ook samengewerkt met externe partners.

Als extra ondersteuning nodig is, bespreken we dit altijd samen met u. De afspraken over de ondersteuning en de doelen waar we aan werken worden vastgelegd in jouw ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). We evalueren regelmatig of de ondersteuning nog goed aansluit bij wat jij nodig hebt.

Intensieve ondersteuning

Binnen Op Maat zijn dit de ondersteuningstrappen 5 en 6 van het ondersteuningsmodel.

We hebben binnen de school schoolpsychologen en intern begeleiders. Zij kunnen vanuit hun expertise intensieve ondersteuning bieden , maar zij kunnen ook extra ondersteuning van specialisten inzetten op de verschillende gebieden. Vanuit een nauwe samenwerking met ouder(s)/ verzorger(s) wordt de intensieve ondersteuning op school ingezet. Zoals een breed diagnostisch onderzoek of de behandelaren van Auris (Taal/ Spraak) en de behandelaren voor dyslexie en dyscalculie.

Binnen de school hebben wij Remedial Teaching. Hier kunnen leerlingen extra didactische ondersteuning krijgen. Ook is er binnen de school de mogelijkheid voor extra Rots en Watertrainingen en wordt er Cesartherapie aangeboden voor sensomotorische ontwikkeling van leerlingen.

Specialistische ondersteuning

Binnen Op Maat is dit ondersteuningstrap 7 van het ondersteuningsmodel.

Om ervoor te zorgen dat alle leerlingen de juiste begeleiding krijgen om tot ontwikkeling te kunnen komen wordt nauw samengewerkt met de jeugdteams en het samenwerkingsverband. Zo kunnen OZA (onderwijszorgarrangementen) ingezet worden, zodat de leerlingen specialistische ondersteuning kunnen ontvangen.

De arrangementen worden zoveel als mogelijk ingezet om binnen onze school de juiste zorg te kunnen ontvangen om perspectief te behouden en te kunnen blijven ontwikkelen.

2.5.3 Extra ondersteuning aan het jonge kind

Op onze school letten we goed op de ontwikkeling van jonge kinderen. We zorgen dat jij en je kind zich veilig en vertrouwd voelen. Soms hebben jonge kinderen extra begeleiding nodig, bijvoorbeeld bij zindelijk worden of als ze voor het eerst langere tijd zonder ouders/opvoeders zijn. We bieden extra ondersteuning door jonge kinderen rustig te begeleiden bij nieuwe situaties en het afscheid nemen van hun ouders/opvoeders. Daarnaast helpen we hen bij het ontwikkelen van zelfredzaamheid, bijvoorbeeld bij zindelijk worden en persoonlijke verzorging. Ook besteden we extra aandacht aan sociale vaardigheden en het leren samenwerken met andere kinderen. Waar nodig zetten we speciale materialen of hulpmiddelen in om het leren en ontwikkelen te ondersteunen.

Voor de BeO klas 4-6 jaar worden ouders betrokken bij de extra ondersteuning door de inzet van pedagogisch medewerkers. In schooljaar 2026-2027 wordt er thematisch gewerkt met onderdelen van de kleuteruniversiteit. Daarnaast zal er een doorontwikkeling plaatsvinden van de nieuwgevormde kleutervisie op het gebied van het Jonge Kind.

2.6 Grenzen aan ondersteuning: wat kan de school niet bieden

Soms is de ondersteuningsbehoefte van uw kind groter dan wat wij binnen de school kunnen bieden. In dat geval onderzoeken wij samen met u en het samenwerkingsverband welke plek beter aansluit bij de behoeften van uw kind. Wij hechten hierbij veel waarde aan een eerlijk en transparant proces en betrekken u bij iedere stap

​​De school kan geen passend onderwijs voor een leerling organiseren indien er sprake is van:

  • Een leerling die, ondanks ingezette interventies, niet (meer) tot onderwijs/leren komt.
  • Een leerling die, ondanks ingezette interventies, onvoldoende vooruitgaat in het reguleren van zijn emoties.
  • Een leerling die (ondanks interventies) niet in een klas van 14 leerlingen tot onderwijs komt.
  • Een leerling met een verstandelijke beperking of extra medische dan wel fysieke ondersteuningsbehoefte.
  • Een te groot aandeel van zorgleerlingen binnen een passende groep.
  • Ouders/opvoeders die niet achter de onderwijsvisie van de school kunnen staan.

Volgende pagina

3. Plaatsing en samenwerking

Lees verder