2. Onderwijsaanbod en ondersteuning

2.1 Onderwijsverloop en leerwegen

Op onze school kijken wij samen met u naar de volgende stap in de ontwikkeling van uw kind. Tijdens de schooltijd van uw kind werken wij aan de ontwikkeling op het gebied van leren, gedrag, zelfstandigheid en sociale vaardigheden. Daarbij kijken wij zorgvuldig naar wat uw kind nodig heeft en wat bij hem of haar past. Op basis daarvan bepalen wij samen met u welk type vervolgonderwijs het beste aansluit: regulier voortgezet onderwijs (VO) of voortgezet speciaal onderwijs (VSO) Jaarlijks bespreken we in het OPP-gesprek of uw kind nog de ondersteuning van het speciale cluster 4 onderwijs nodig heeft om te kunnen voorzien in zijn/haar onderwijsbehoeften.

Het gemiddelde uitstroomniveau van onze leerlingen is VMBO basis beroeps/basis kader.

Gemiddeld stroomt 35 – 40 % van onze leerlingen na groep 8 uit naar een vorm van regulier onderwijs. De reguliere scholen waar deze leerlingen onder andere zijn uitgestroomd zijn: Praktijk College, De Oude Maas, Maerlant support, My College en Charles de Foucauld.

De overige leerlingen zijn uitgestroomd naar een vorm van voortgezet speciaal onderwijs (vso). De vso-scholen waarnaar onze leerlingen dit schooljaar zijn uitgestroomd zijn: Yulius De Gaard, iHub Schreuder College en Boor Passer College.

2.2 Leerstofaanbod en methodieken

Wij bieden zoveel als mogelijk onderwijs op maat. Op basis van zowel methodege-bonden als methode onafhankelijke toetsen, externe onderzoeken en gesprekken met leerling en ouder(s)/opvoeder(s), kijken we naar de mogelijkheden en onderwijsbehoeften van de leerling.

Het onderwijsaanbod van iHub voldoet aan de kerndoelen zoals deze door de overheid zijn omschreven.

Binnen de leerroutes wordt onderwijs gegeven in de volgende leergebieden:

  • Nederlandse taal
  • Engels
  • Rekenen/wiskunde
  • Techniek
  • Oriëntatie op jezelf en de wereld
  • Kunstzinnige oriëntatie (drama, muziek, kunstzinnige oriëntatie)
  • Bewegingsonderwijs
  • Zintuiglijke en motorische ontwikkeling
  • Sociaal emotionele ontwikkeling
  • Leren leren en executieve functies
  • Bewegend leren

De vakken natuuronderwijs, aardrijkskunde, geschiedenis, burgerschap, begrijpend lezen en taal (deels) worden aangeboden vanuit de geïntegreerde en thematische methode Wetenswaardig.

Vanaf groep 4 wordt Snappet, digitale methode te gebruiken op een Chromebook, ingezet voor de vakken rekenen, taal en spelling aan te bieden. Het verwerken van leerstof gebeurt afwisselend op Chromebook en papier. Als ze hiermee klaar zijn, heeft elke leerling werkpakketten klaarstaan om op eigen niveau te werken aan hun doelen.

Per leerling wordt gekeken wat de onderwijsbehoeften zijn om vervolgens de instructiewijze hierop aan te passen: verkorte instructie, instructie, verlengde instructie. Dit staat omschreven in het groepsplan van iedere groep.

Burgerschap en sociale integratie nemen in ons onderwijs een belangrijke plaats in. Dit betekent dat er binnen verschillende leergebieden aandacht wordt besteed aan de Nederlandse samenleving, cultuur en diversiteit, zodat uw kind leert hoe hij of zij kan participeren in onze samenleving en een bijdrage kan leveren aan onze maatschappij.

Alle klassen op de Gelinck School krijgen dramalessen en technieklessen aangeboden door een hiervoor aangestelde medewerker.

De lokale bibliotheek ‘De Boekenberg’ ondersteunt ons bij ons informatieve en verhalende boekaanbod aan de leerlingen en vult onze schoolbibliotheek.

Zij begeleiden BeO Meidoorn bij een voorleestraject voor ouders waarbij ook de bibliotheek wordt gepromoot.

Didactisch aanbod

Bij alle leerlingen worden 2x per jaar de methodeonafhankelijke Cito-toetsen afgenomen. Gedurende het hele jaar worden methodegebonden toetsen afgenomen. Op basis van beide genoemde vormen van toetsen, eventuele externe onderzoeken en gesprekken met u, kijken we naar de mogelijkheden en onderwijsbehoeften. Het onderwijsaanbod van iHub voldoet aan de kerndoelen zoals deze door de overheid zijn omschreven.

2.3 Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP): opstellen, evalueren, betrokkenen

Wanneer uw kind bij ons op school start, stelt de leerkracht, samen met de commissie voor begeleiding en u, binnen zes weken, een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op. In dit plan beschrijven wij waar we met uw kind naartoe werken en welke onderwijsdoelen haalbaar zijn. Daarbij staat beschreven welke vorm van ondersteuning wij inzetten en wat het verwachte uitstroomniveau van uw kind is.

Gedurende het jaar voeren we tenminste 3 keer met u en uw kind een gesprek:

het Startgesprek in de tweede schoolweek, het voortgangsgesprek in november (evaluatie OPP) en het OPP-gesprek in maart/april (OPP wordt opnieuw opgesteld). Het OPP wordt tijdens deze gesprekken geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.

Het OPP helpt ons om de ontwikkeling van uw kind te volgen en het onderwijs hier zo goed mogelijk op af te stemmen. We werken met leerlijnen en doelen die aansluiten bij de mogelijkheden van uw kind. Om te bepalen wat uw kind nodig heeft, gebruiken we informatie uit toetsen (methodegebonden en methode-onafhankelijk), eventuele externe/interne onderzoeken en gesprekken met u en uw kind. Minimaal twee keer per jaar bespreekt het klassenteam de vorderingen van uw kind met de Commissie voor Begeleiding (CvB). In dit overleg beoordelen we als professionals of het onderwijs en de ondersteuning nog passend zijn.

2.4 Proces uitstroomperspectief en uitstroom groep 8

In de OPP’s van leerlingen van groep 1 t/m groep 5 wordt een uitstroomperspectief genoteerd passend bij de schoolstandaard; het gemiddelde uitstroomperspectief van de school.

In het OPP dat in groep 6 wordt geschreven, wordt het uitstroomperspectief opgesteld door de leerkracht en de commissie voor begeleiding (CvB) richting een uitstroom na groep 8. Het uitstroomperspectief wordt vastgesteld op basis van methodegebonden als niet-methodegebonden toetsen, intelligentiegegevens (indien beschikbaar) en het algemene beeld vanuit de klas. De schoolarts van de school denkt mee in het maken van de keuze. Het perspectief wordt met ouders tijdens de OPP-besprekingen in groep 6 en groep 7 besproken.

Tijdens het OPP-gesprek in groep 7 voert de leerkracht met ouders en leerling een eerste verkennend gesprek over wensen en mogelijkheden na groep 8 bij het verwachte uitstroomperspectief. In groep 8 gaan we hier op door en maken we keuzes, eerst voorlopig daarna definitief.

Het voorlopig schooladvies wordt bepaald door de leerkracht in samenspraak met de commissie van begeleiding. Het advies wordt bepaald door alle gegevens vanuit eerdere jaren en het in september afgenomen drempelonderzoek. Dit wordt tijdens het OPP-gesprek in november met u en uw kind besproken.

In februari maakt uw kind de doorstroomtoets. Wanneer de uitslag hiervan aanleiding geeft tot heroverweging, bekijkt de school het advies, samen met u, opnieuw en kan dit worden bijgesteld. Na de doorstroomtoets wordt het definitief schooladvies met u gedeeld.

Gedurende het hele jaar ondersteunt de leerkracht en de commissie voor begeleiding u bij het proces richting het voortgezet (speciaal) onderwijs. Dit op geplande momenten, maar u kunt gedurende het jaar ook tussendoor om advies vragen.

Het opgeven van uw kind voor het vervolgonderwijs is de verantwoordelijkheid van u als ouder/ verzorger.

Planning voor de schoolverlaters:

  • Eind september: Informatieve ouderavond over de planning voor de schoolverlaters.
  • Begin oktober – afname drempeltoets.
  • November – in het OPP-gesprek wordt het voorlopige schooladvies gegeven, bestaande uit niveaubepaling en regulier of speciaal onderwijs.
  • Oktober t/m februari – leerling en ouders oriënteren zich op het voortgezet (speciaal)onderwijs.
  • Begin februari: afname doorstroomtoets
  • Begin maart: delen uitkomst doorstroomtoets en definitief schooladvies met ouders. Daar waar dit verschilt van het voorlopig schooladvies nemen we contact met u op.
  • Eind maart – ouders melden hun kind aan bij een school voor (regulier) voortgezet onderwijs. Let op: dit kan alleen in deze inschrijfweek!

2.5 Ondersteuningsdriehoek

Wij werken met een ondersteuningsdriehoek, waarin school, leerling en ouders/opvoeders nauw samenwerken. In dit gezamenlijke overleg bespreken wij regelmatig hoe het met uw kind gaat, welke ontwikkeling zichtbaar is en welke ondersteuning nodig is.

2.5.1 Basisondersteuning: wat biedt de school standaard aan alle leerlingen

Leerkrachten en andere medewerkers begeleiden uw kind bij het leren en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit doen zij o.a. door te ondersteunen bij de executieve functies (samenwerken, omgaan met emoties, plannen en zelfstandig werken). Dit wordt ondersteunt door zowel intern begeleider (didactisch) als de gedragswetenschapper (sociaal-emotioneel).

De klassen delen wij in op leeftijd, didactisch niveau en gedrag. Er wordt gestreefd naar maximaal 3 niveaugroepen per klas.

Het CvB bestaat uit intern begeleider, gedragswetenschapper, schoolmaatschappelijk deskundige en schooldirecteur.

Intern begeleider – 28 uur p/w: Zij heeft zicht op en ondersteunt bij het didactische beleid in de school. Daarnaast heeft zij het overzicht over de didactische kwaliteit van het onderwijs en de didactische behoeften van alle leerlingen.

Gedragswetenschappers – 56 uur p/w: Zij hebben zicht op en ondersteunen bij het pedagogisch beleid in de school als ook het bieden van ondersteuning bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen.

Schoolmaatschappelijk deskundige – 28 uur p/w: Zij ondersteunt ouders, team en leerlingen bij maatschappelijke kwesties en heeft het overzicht over de aanwezigheid en het verzuim van leerlingen in de school. Schooldirecteur – 40 uur p/w.

Eveneens is de schoolarts onderdeel van het CvB en worden andere externe deskundigen bij behoefte en zoveel mogelijk betrokken bij de schoolgang aan van onze leerlingen.

  • Sociaal-emotioneel basisaanbod

Op onze school krijgt iedere leerling een basisaanbod aan ondersteuning. Dit noemen we de basisondersteuning. Dit zijn de voorzieningen en vormen van begeleiding die voor alle leerlingen beschikbaar zijn binnen de school en binnen het samenwerkingsverband.

Voor het organiseren van een veilig schoolklimaat bestaat de basis van ons onderwijs uit: duidelijkheid, voorspelbaarheid en structuur. Wij werken hiervoor met schoolbrede afspraken. Hierbij moet u denken aan:

- Sensitieve wijze van communicatie met leerlingen, gericht op het ontwikkelen van een positieve relatie;

- Doen wat we zeggen, zeggen wat we doen;

- Eenduidige afspraken over gedragsverwachtingen;

- Eenduidige afspraken over klasinrichting en gebruik schoolbord;

- Gebruik maken van gelijke beloningssystemen en systemen waar het gaat om consequenties;

- Inzetten van de emotiecirkel en het 5G-schema bij het aanleren en leren reflecteren van sociaal-emotionele vaardigheden;

- Per klas buitenspelen;

- Werken met individuele doelen en groepsdoelen op gebied van de sociaal emotionele ontwikkeling.

Al onze medewerkers zijn geschoold in traumasensitief onderwijs. Hierdoor zijn wij in staat om bewust rekening te houden met de impact van ingrijpende jeugdervaringen op het gedrag en leren van leerlingen.

Twee keer per jaar beschrijft de leerkracht de groepsaanpak in het sociaal emotionele groepsplan.

  • Didactisch basisaanbod

In de basisondersteuning krijgen leerlingen een groepsinstructie waarna zij zelfstandig het werk maken.

Dagelijks: taal, rekenen, lezen, wereldoriëntatie, schrijfonderwijs en burgerschap

Wekelijks: kunstzinnige oriëntatie en bewegingsonderwijs.

Maandelijks: drama, muziek, techniek, digitale geletterdheid

De Gelinck School Spijkenisse stemt het onderwijs doelgericht af op de onderwijsbehoeften van haar leerlingen. Hoeveel instructie en begeleiding een leerling nodig heeft om de doelen op het gebied van lezen, taal en rekenen te bereiken is belangrijk om te bepalen welke aanpak het beste past bij deze leerling in deze klas met dit klassenteam. Op deze manier wordt een basisaanpak voor de groep geformuleerd waarin, wanneer nodig, gedifferentieerd wordt op individuele ondersteuningsbehoeften van leerlingen. Zo kunnen leerlingen binnen één vakgebied een basis-, een intensief, zeer intensief of verdiept aanbod krijgen. Twee keer per jaar beschrijft de leerkracht deze groepsaanpak in het didactische groepsplan.

Drie keer per jaar voert het CvB met ieder klassenteam een leerlingbespreking. In deze bespreking worden de zorgleerlingen in kaart gebracht.

Overzicht onderwijsbehoeften die passen bij de basisaanpak

Onze leerlingen in de basisaanpak hebben.....

  • Een instructie nodig: - gebaseerd op het EDI-lesmodel - die kort en duidelijk is - in een prikkelarme omgeving - in een stille werkomgeving - die zelfstandigheid stimuleert - die duidelijk aangeeft wat hij kan doen wanneer een taak af is

  • Opdrachten nodig die: - op of net boven het niveau liggen -aansluiten op het aangeboden leerdoel -aansluiten bij de belevingswereld - kort en concreet zijn - hem succes laten ervaren - aanvullend lesmateriaal bieden wanneer hij zijn taak voor de gestelde tijd af heeft

  • Feedback nodig: - die consequent en direct op het gewenste gedrag volgt - waarbij de succeservaringen worden benadrukt - die zelfstandigheid vergroot (geven van meer verantwoordelijkheden) - die gericht is op mogelijkheden (oplossingsgericht) - die hem helpt oorzaak-gevolg te zien - die vragend is waardoor hij ervaart zelf het inzicht te hebben

  • Groepsgenoten nodig die: - ongewenst gedrag negeren - hem in zijn waarde laten - hem aanspreken op ongewenst gedrag (op een positieve manier) - zich aan regels en afspraken houden in de klas

  • Een leerkracht nodig die: - de overgangen tussen activiteiten structureert - de instructie terugvraagt - vriendelijk is - duidelijke grenzen stelt - succes benadrukt - situaties creëert waarin zijn sterke kanten naar voren komen - hem complimenteert met zijn inzet en niet alleen gericht is op resultaat - begrijpt waar hij moeite mee heeft - een neutrale en rustige houding aanneemt - steun biedt bij het omgaan met gedrag - voorspelbaar is in zijn gedrag en houding - ondersteunt in sociale situaties en deze voor structureert - kennis heeft over leerlingen met speciale onderwijsbehoeften en in staat is om zijn handelen af te stemmen op de behoeftes van de leerling - in staat is om achter het gedrag van een leerling te kijken - in gesprek wil over gevoelens en hier begrip in kan tonen - de leerling helpt om te gaan met positieve en negatieve feedback - hulp biedt bij het oplossen van problemen - voorbeeldgedrag biedt - positieve verwachtingen formuleert - aansluit bij de voorkennis en positieve ervaringen van de leerling - open vragen stelt - die actief luistert naar een leerling - samen met de leerlingen alternatieven/oplossingen kan bedenken voor gedrag wat niet gewenst is. - in staat is om succeservaringen voor de leerling te creëren - positieve bevestiging biedt - hem stuurt in zijn gedrag - hem inzicht geeft in de gevolgen van zijn gedrag - nabijheid biedt - onderscheidt kan maken in impulsiviteit en bewust ongewenst gedrag

  • Een werkomgeving nodig: - die rustig/prikkelarm is - die ruimte geeft tot ontdekken - waar de materialen duidelijk geordend en vindbaar zijn - die individueel is - die geordend is - die alleen de taak die hij nodig heeft in zicht heeft liggen

  • Overige, zoals…. - een mogelijkheid tot het nemen van een time-out

2.5.2 Extra ondersteuning (intensieve/specialistische): aanvullende begeleiding, expertise, voorzieningen

Soms heeft een leerling meer ondersteuning nodig dan de basisondersteuning die alle leerlingen krijgen. In dat geval kan de school extra ondersteuning bieden. Deze ondersteuning is bedoeld om ervoor te zorgen dat uw kind zo goed mogelijk kan leren en zich prettig voelt op school,

Als extra ondersteuning nodig is, bespreken we dit altijd samen met u. De afspraken over de ondersteuning en de doelen waar we aan werken worden vastgelegd in het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) van uw kind. We evalueren regelmatig of de ondersteuning nog goed aansluit bij wat uw kind nodig heeft. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit individuele begeleiding, extra ondersteuning in de klas of begeleiding door gespecialiseerde professionals binnen of buiten de school. Een enkele leerling binnen de klas leert volgens een individuele leerlijn dan wel een plan van aanpak.

  • Sociaal-emotioneel ondersteuning

Intensief aanbod

Extra ondersteuning kan op verschillende manieren worden georganiseerd.

Het is een kleine aanpassing op het basisaanbod, het is kortdurend en preventief met als doel weer terugkerend naar de basisaanpak. Denk hierbij onder andere aan een extra time-out moment of gesprekjes in 1-op-1 setting met iemand van het klassenteam.

Zeer intensief en/of specialistisch aanbod

Wanneer overgestapt wordt op een individueel plan van aanpak wordt dit plan in het CvB besproken. Een individueel plan van aanpak wordt ten minste na 6 weken geëvalueerd door het klassenteam, ouders en het CvB. Wanneer breed overleg wenselijk is (met CvB én klassenteam) wordt hiervoor een zorgleerlingen-overleg ingezet. Ouder(s)/ opvoeder(s) worden over alle stappen ten minste geïnformeerd en veelal ook bij betrokken. Drie keer per jaar is er een leerlingbespreking waarin dit overzicht eveneens doorlopen wordt.

Wanneer we als school vermoeden dat we handelingsverlegen kunnen raken, betrekken we het samenwerkingsverband bij een casus. Hierna wordt veelal ook een MDO (multidisciplinair overleg) met alle direct betrokkenen bij de leerling gepland, waaronder de ouder(s)/ opvoeder(s), (wanneer betrokken) het wijkteam en leerplichtambtenaar.

  • Didactische ondersteuning

Intensief aanbod: zorgniveau 2

Er is sprake van lichte problemen bij een bepaald vak. De leerling scoort 2 keer achter elkaar een onvoldoende op zijn methodegebonden toetsen. Daarnaast wordt ook in de klas gezien dat de leerling moeite heeft met zijn werk.

De basisaanpak wordt verrijkt met een aanvullend aanbod. Het aanvullend aanbod wordt beschreven in het groepsplan en in het OPP van de leerling. Het aanvullend aanbod bestaat uit:

- Verlengde instructie bij het vak waar de lichte problemen zich voordoen (de leerling krijgt na de groepsinstructie, een aangepaste instructie in kleinere groepen met extra feedback). - Bij lichte problematiek op de vakgebieden rekenen, spelling en technisch lezen wordt 3 keer per week 15-20 minuten extra oefening aangeboden (de leerling krijgt naast de basislessen extra instructie en werk om te oefenen met bepaalde onderdelen die hij moeilijk vindt). - Bij lichte problematiek op de vakgebieden taal en begrijpend lezen wordt 1 keer per week 15-20 minuten extra instructie en oefening aangeboden (de leerling krijgt naast de basislessen extra werk om te oefenen met bepaalde onderdelen die hij moeilijk vindt)

Het aanbod kan eventueel aangevuld worden met: - Extra hulpmiddelen (de leerling krijgt ondersteunend materiaal) - Extra tijd (de leerling krijgt meer tijd om zijn werk te maken)

Na 6 tot 8 weken is er een evaluatiemoment. Als er vooruitgang is, dan gaat de leerling terug naar de basisaanpak. Bij minimale of geen voorruitgang blijft de leerling in zorgniveau 2. Na 2 keer een periode in zorgniveau 2 met minimale of geen vooruitgang, krijgt de leerling een zeer intensief aanbod (zorg niveau 3) aangeboden.

Binnen de school wordt gebruik gemaakt van het volgende materiaal binnen het intensieve aanbod (zorgniveau 2) namelijk:

- Snappet Rekenruimte & Getal & Ruimte Junior (rekenen) - Rekensprint (rekenen) - Rekentuin (rekenen digitaal) - Junior Einstein licentie werkbladen (rekenen) - Klankkr8 - Woordkr8 - Bouw! (lezen digitaal) - RALFI (lezen) - Snappet Vitaal (spelling/taal) - Junior Einstein licentie werkbladen (spelling/taal) - Junior Einstein (begrijpen lezen)

Verdiept aanbod:

De leerling krijgt leerstof aangeboden op het niveau van zijn didactische leeftijd maar dit geeft te weinig uitdaging en is niet voldoende passend. Samen met de interne begeleider wordt gekeken naar welke stof passend is en wordt het lesprogramma aangepast naar de behoeften van de leerling. Dit kan bestaan uit; minder instructie, sneller zelfstandig aan het werk, minder maken van het basisaanbod en vervangen door extra verdiepingsstof.

Dit wordt beschreven in het groepsplan en OPP van de leerling.

Zeer intensief aanbod: zorgniveau 3

Er doen zich ernstige problemen voor bij een bepaald vak. Er zijn specifieke onderwijsbehoeften op het gebied van dat vak. Daarnaast is er sprake van een achterstand t.o.v. het ontwikkelperspectief en het intensieve aanbod (zorgniveau 2) is niet meer toereikend.

Afhankelijk van de situatie kan het zijn dat de interne begeleider een diagnostisch onderzoek afneemt. Dit om beter zicht te krijgen op het didactisch probleem en vervolgens ook beter het onderwijsaanbod af te kunnen stemmen. De leerling krijgt extra ondersteuning onder of na schooltijd, altijd in overleg met ouders en leerling. Het ondersteuningsaanbod is heel divers en wordt afgestemd op iedere situatie. Het aanbod wordt beschreven in een individueel plan en in het OPP van de leerling.

Wij werken op onze school met een dyslexieprotocol en een dyscalculieprotocol. Daarnaast is op onze school de deskundigheid aanwezig om een complexe ondersteuningsvraag op het gebied van lezen en rekenen te analyseren (eventueel met hulp van Onderwijscollectief of specialisten van het S(B)O) en hierop een programma te maken dat uitgevoerd wordt in de klas van het kind.

Het zeer intensieve aanbod (zorgniveau 3) op het gebied van rekenen, spelling en technisch lezen bestaat uit:

- Afname diagnostisch onderzoek door internbegeleider - Individueel plan met daarin beschreven: - doelen (voor een periode van 6-8 weken) - materiaal/middelen - periode waarin gewerkt wordt aan de doelen (datum start tot evaluatie) - wie geeft de begeleiding en hoe vaak per week? (moet minimaal 3x 20 minuten of 4x 15 minuten per week en de begeleider is leerkracht of onderwijsassistent onder begeleiding van IB-er) - individuele instructie of in een klein groepje (max 4 leerlingen) - evaluatie individueel plan na 6-8 weken - indien van toepassing wordt er een extern onderzoek aangevraagd (bv. Bij vermoeden van dyslexie/dyscalculie)

Het zeer intensieve aanbod (zorgniveau 3) op het gebied van taal en begrijpend lezen bestaat uit:

- Individueel plan met daarin beschreven: - doelen (voor een periode van 6-8 weken) - materiaal/middelen - periode waarin gewerkt wordt aan de doelen (datum start tot evaluatie) - wie geeft de begeleiding en hoe vaak per week? (moet minimaal 2 x 20 minuten week en de begeleider is leerkracht of onderwijsassistent onder begeleiding van IB-er) - individuele instructie of in een klein groepje (max 4 leerlingen) - evaluatie individueel plan na 6-8 weken

Na 6-8 weken wordt het plan geëvalueerd en worden nieuwe doelen opgesteld. Als er sprake is van een duidelijke vooruitgang, dan gaat de leerling terug naar het intensieve aanbod (zorgniveau 2) Anders blijft de leerling in zorgniveau 3. Na 3 periodes van evalueren en geen vooruitgang, dan gaat de leerling naar specialistische ondersteuning (zorgniveau 4).

Binnen de school bij inzet van het zeer intensieve aanbod gebruik gemaakt van de materialen uit het intensieve aanbod (zorgniveau 2) en kan daarnaast gebruik gemaakt worden van:

- Maatwerk (rekenen) - De Zuid-Vallei (lezen) - Spelling in de lift (spelling) - Zelfstandig spellen (spelling)

Specialistisch aanbod: zorgniveau 4

Zorgniveau 4 houdt in dat er intensieve, gespecialiseerde ondersteuning nodig is voor een leerling, waarbij externe deskundigen worden ingeschakeld. Dit niveau wordt bereikt wanneer het basisaanbod en het intensieve of zeer intensieve aanbod (zorgniveau 2-3) onvoldoende effect heeft en diagnostiek of behandeling (bijv. voor dyslexie) noodzakelijk is.

2.5.3 Extra ondersteuning aan het jonge kind door BeO Meidoorn en Gelinck School Spijkenisse

Op BeO Meidoorn letten we goed op de ontwikkeling van specifiek het jonge kind. Met die reden bestaat de BeO-groep uit maximaal 12 leerlingen en wordt deze begeleid door een leerkracht én 2 pedagogische medewerkers.

Soms hebben jonge kinderen extra begeleiding nodig, bijvoorbeeld bij zindelijk worden of bij het aanleren van de regulatievaardigheden. BeO Meidoorn biedt een aanbod van onderwijs en zorg, met als bedoeling om de zorgcomponent in een jaar volledig af te bouwen. We bieden extra ondersteuning door jonge leerlingen rustig te begeleiden bij het aanleren van sociaal-emotionele en didactische vaardigheden. Daarnaast helpen we hen bij het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden, leren samenwerken met andere kinderen en het leren kennen/herkennen en omgaan met emoties.

Waar nodig zetten we speciale materialen of hulpmiddelen in om het leren en ontwikkelen te ondersteunen. Zo maakt BeO Meidoorn gebruik van de ondersteunende gebaren vanuit de methode Lotte & Max.

BeO Meidoorn wordt extra begeleid door een gedragswetenschapper met specifieke kennis over het jonge kind alsook een gedragswetenschapper met specifieke onderwijskundige kennis.

In deze onderwijs-zorg setting wordt het systeem rondom het kind betrokken bij behandeling. Dit doordat er laagdrempelig structureel contact met hen is en zij altijd hun opvoedvragen kunnen stellen. Ook gaat het klassenteam op huisbezoek en krijgen ouders trainingen rondom het begeleiden en opvoeden van jonge kinderen aangeboden.

Op de Gelinck School in Spijkenisse wordt met veel aandacht gewerkt aan de ontwikkeling van het jonge kind. De klas bestaat uit 12 tot 14 leerlingen en wordt begeleid door een leerkracht en een onderwijsassistent.

Binnen de klas wordt extra ondersteuning op het gebied van taal geboden door middel van de leeslijn Klank&Woordkr8. Dit is een specifieke en krachtige aanpak die zich richt op het aanleren van de eerste klanken in groep 2 en op aanvullende ondersteuning in groep 3 en 4.

Klankkr8 is speciaal ontwikkeld voor groep 2. Binnen deze aanpak maken leerlingen op een betekenisvolle wijze kennis met 45 klank-tekenkoppelingen en leggen zij de basis voor het leren lezen. Woordkr8 wordt ingezet voor leerlingen in groep 3 en 4 die behoefte hebben aan extra gerichte ondersteuning. Hierdoor kunnen zij met meer vertrouwen hun leesontwikkeling voortzetten.

Op het gebied van rekenen wordt in groep 2 de leerlijn van ParnasSys gevolgd. Indien er sprake is van hiaten in de ontwikkeling, worden aanvullende instructies in groepjes van maximaal 2 leerlingen aangeboden.

In groep 3 worden de rekendoelen aangeboden vanuit de methode Getal & Ruimte Junior. De ontwikkeling van de leerlingen wordt gevolgd aan de hand van het leerlingvolgsysteem (LVS) van de methode en de Cito-toetsen. Wanneer een leerling twee keer een onvoldoende behaalt op een methodegebondentoets, wordt de leerling ingedeeld in zorgniveau 2. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar het kopje ‘Didactische ondersteuning, Intensief aanbod: zorgniveau 2’.

2.6 Grenzen aan ondersteuning: wat kan de school niet bieden

Soms is de ondersteuningsbehoefte van uw kind groter dan wat wij binnen de school kunnen bieden. In dat geval onderzoeken wij samen met u en het samenwerkingsverband welke plek beter aansluit bij de behoeften van uw kind. Wij hechten hierbij veel waarde aan een eerlijk en transparant proces en betrekken u bij iedere stap

​​De school kan geen passend onderwijs voor een leerling organiseren indien er sprake is van:

  • Een leerling die, ondanks ingezette interventies, niet (meer) tot onderwijs/leren komt.
  • Een leerling die, ondanks ingezette interventies, onvoldoende vooruitgaat in het reguleren van zijn emoties.
  • Een leerling die (ondanks interventies) niet in een klas van 14 leerlingen tot onderwijs komt.
  • Een leerling met een verstandelijke beperking of extra medische dan wel fysieke ondersteuningsbehoefte.
  • Een te groot aandeel van zorgleerlingen binnen een passende groep.
  • Ouders/opvoeders die niet achter de onderwijsvisie van de school kunnen staan.

Volgende pagina

3. Plaatsing en samenwerking

Lees verder